Google, Dlo’s en IMS LTI integratie

De afgelopen week heeft Google een nieuwe tool , Coursekit, geintroduceerd. Deze tool maakt het mogelijk om functionaliteit van de Google Apps for Education omgeving ( beschikbaar voor UvA studenten) te koppelen (integreren) op basis van IMS LTI aan een LMS als Canvas en Brightspace.

Deze integratie maakt het mogelijk om b.v. opdrachten in te leveren via Google Drive en docenten een tool te bieden om eenvoudig inhoudelijke feedback te geven op deze opdrachten en te beoordelen.​ Deze beoordeling kan via de IMS LTI integratie worden opgenomen in het gradebook van het LMS.

De Google Coursekit richt zich specifiek op Higher Ed. In tegenstelling tot de Google Classroom omgeving (die al enkele jaren beschikbaar is) die zich meer op het po en vo domein richt.

Zie voor een globale beschrijving:
https://www-blog-google.cdn.ampproject.org/c/s/www.blog.google/outreach-initiatives/education/introducing-course-kit-new-ways-collaborate-g-suite-your-lms-designed-higher-ed/amp/

De directe link naar de Google Course Kit oplossing
https://edu.google.com/higher-ed-solutions/g-suite/course-kit/?modal_active=none

Enkele blogposts over deze introductie:

Hal is around the corner

Artificial Intelligence ( & machine learning) is in mijn bescheiden mening het onderwerp dat de komende jaren een enorme impact op onze ontwikkelingen gaat hebben. Er is ongelooflijk veel materiaal beschikbaar. Ik wil een trend uit de frontline eruit lichten. IBM heeft met Watson machine ontwikkeld die de afgelopen jaren al veel deuren heeft geopend in het domein van machine learning & artificial intelligence. Met Project Debater hebben ze weer een stap gezet die sommige criticaster nog ver in de toekomst hadden geplaatst.

Een gesprek met uitwisselen van argumenten en het werken aan een betoog.​

Hoewel een directe toepassing buiten het R&D veld niet gelijk mogelijk is heeft Watson een track record dat deze ontwikkelingen binnen beperkt aantal jaren doorsijpelen naar diensten en andere ontwikkelingen.

Project Debater van IBM
http://www.research.ibm.com/artificial-intelligence/project-debater/
https://www.ibm.com/blogs/research/2018/06/ai-debate/

Beschrijvingen in de media over de laatste ontwikkelingen:
https://www.theverge.com/2018/6/18/17477686/ibm-project-debater-ai
https://www.bbc.com/news/technology-44531132
https://www.nytimes.com/2018/06/18/technology/ibm-debater-artificial-intelligence.html

Spelenderwijs: van in vivo naar in silico modellen voor stamcelbiologie

Blog van Renee van Amerongen en Gooitzen Zwanenburg over de Grassroot Spelenderwijs: van in vivo naar in silico modellen voor stamcelbiologie.

Ons grassroots project begon met een inspirerende ‘kick off’ bijeenkomst, waar niet alleen de plannen voor de huidige ronde maar ook de resultaten van de grassrootsprojecten van vorig jaar gepresenteerd werden.

Laten we eerst ons project even kort introduceren. Het idee voor dit project werd geboren tijdens de cursus Frontiers in Medical Biology I,  een keuzevak voor derdejaars BSc studenten Biomedische Wetenschappen. Het doel van de cursus is om studenten in aanraking te brengen met de grote biomedische vraagstukken voor de 21e eeuw  (en de meest recente doorbraken in het fundamentele onderzoek die hieraan ten grondslag liggen). Het docenten team probeert daarbij zoveel mogelijk om de studenten de koppeling tussen de moleculaire details en het complexe functionerende systeem te laten zien. Een ’systeem’ kan daarbij van alles zijn: een enkele cel, een ontwikkelend embryo, een unit van een weefsel dat wordt onderhouden door stamcellen, etc. Nu ook het biomedische onderzoek steeds kwantitatiever wordt, is het van essentieel belang dat onze studenten ook leren (hoe anderen) rekenen aan deze systemen – en hiervoor is een goed model onontbeerlijk.

In de afgelopen jaren hebben wij (Gooitzen Zwanenburg en Renee van Amerongen) onder andere nieuwe onderwijspractica ontwikkeld om de studenten stap voor stap van de biologie naar het model te leren gaan. We gebruiken hiervoor een van de meest spannende onderzoeksgebieden: de stamcelbiologie. In de afgelopen 10 jaar zijn er een paar grote ontdekkingen gedaan die ons idee over het functioneren van stamcellen in onze weefsels en organen op de kop hebben gezet. Ontdekkingen die uiteindelijk gebaseerd zijn op een volledig verschillend onderliggend model (afkomstig uit de theoretische natuurkunde) voor hoe een stamcel zich deelt.

Om dit inzichtelijk te maken, heeft Gooitzen al een computerpracticum in elkaar gedraaid waarin de studenten zelf met stochastische vergelijkingen kunnen stoeien. In parallel, heeft Renee een bordspel in elkaar geknutseld waarmee studenten zelf de principes kunnen uitvogelen die uiteindelijk in die stochastische vergelijkingen gevangen kunnen worden. Het doel van ons Grassroots project is om die twee onderdelen met elkaar te verbinden – we willen uiteindelijk eindigen met de onderliggende vergelijkingen, maar de studenten daar vooral stap voor stap naar toe loodsen. Kort gezegd: het huidige computermodel is nog steeds te abstract, maar het bordspel bleek vooral veel gedoe met dobbelstenen en kralen… tijd om de twee te verenigen in een online versie (een ‘game’ willen we het niet meteen noemen – we zoeken nog een woord dat de uiteindelijke lading dekt…)

Al tijdens de korte presentatie van ons Grassroots project op de kick-off meeting kwam uit het publiek de grootste vraag naar voren: gaat dit bordspel wel werken in een digitale vorm? Haal je niet de essentie weg als je dit in een online variant probeert te vangen? Een terechte vraag, waarop we het antwoord later dit jaar proefondervindelijk gaan vaststellen.

Stap 1 was het vinden van een uitvoerende partij, die onze wensen om kon zetten naar een grafisch aantrekkelijke versie. Daar kwam meteen de eerste kink in de kabel: Bij onze zoektocht naar een student om zich in het kader van een stage of opdracht op ons project te richten, visten we in eerste instantie achter het net: bij alle naar ons idee geschikte (HBO) opleidingen begonnen de stages begin februari – als we iemand hadden willen vinden, hadden we veel eerder moeten gaan zoeken. En wat voor iemand zochten we eindelijk? Een web developer? Een programmeur? Een graphic designer?

Gelukkig bracht ons netwerk, in de vorm van Natasa Brouwer-Zupancic, uitkomst: zij bracht ons in april in contact met Abel Stam. Met een achtergrond in artificial intelligence en theoretische fysica én ervaring als java developer op papier de kandidaat die we zochten. Gelukkig bleek er in de eerste paar gesprekken die we met elkaar hadden van beide kanten sprake van een match en Abel gaat nu voortvarend van start met onze ideeën. Het helpt daarbij zeker dat wij al ervaring hebben met het bediscussiëren van deze materie op een manier waarop een fysicus (Gooitzen) en een bioloog (Renee) elkaar begrijpen…

Wij kijken nu in elk geval vol verwachting uit naar een eerste, bare-bones versie van het online spel!

Brainstorm

Blended Community of Learners

Blog van Joost Noordeloos over de Grassroot Blended Community of Learners

Aanleiding
Het afgelopen jaar heb ik gewerkt aan mijn Grassroots: Blended Community of Learners. De aanleiding voor de aanvraag was dat de visie van de opleiding, het werken als een Community of Learners (CoL), niet helemaal klopte met mijn ervaringen tijdens de colleges. In een CoL worden studenten geactiveerd om kennis en informatie te delen aan de hand van ‘big ideas’ zodat het onderwijs ook betekenisvol wordt (Volman & ten Dam, 2009). Dit gebeurde voornamelijk tijdens werkgroepen, af en toe in een hoorcollege, maar mijns inziens was er geen sprake van een vakoverstijgende CoL.

Aangezien de opleiding aangaf dat het creëren van een fysieke locatie om een CoL te bevorderen waarschijnlijk niet gaat lukken, kwam ik op het idee om op zoek te gaan naar een digitale CoL, dienend aan de fysieke CoL: een Blended Community of Learners.

De eerste stap die ik zette was het ijken van mijn beeld met de rest van de opleiding.

Beeld docenten
Uit interviews met docenten van de bachelor bleek dat zij een gedeelde visie hebben als het gaat om de Community of Learners. Volgens hen liggen de kansen van een Blended Community of Learners in het beter leren kennen van (de interesses van) studenten, zodat ze hier tijdens colleges beter bij aan kunnen sluiten. Daarnaast gaven de docenten aan dat er bij docenten onderling een grote bereidheid is tot het delen van informatie. De grootste valkuil is volgens de docenten dat de kans groot is dat het platform uiteindelijk doodbloedt.

Beeld docenten

Beeld studenten
Vervolgens heb ik een vragenlijst uitgezet om het beeld van studenten t.o.v. een CoL te bepalen. Op die manier heb ik mijn beeld kunnen staven met het beeld van de student. Over het algemeen kwam dit beeld aardig overeen: studenten hebben behoefte aan een digitaal netwerk om, samen met studenten en docenten, buiten vakken om, aan thema’s te werken die hen interesseren.

De wensen van studenten die volgen uit de vragenlijst:

  • Herkenbaarheid: het platform kan gekoppeld worden aan Canvas;
  • Studie/privé: het platform staat los van platformen voor privégebruik (sociale media);
  • Eigenaarschap: studenten willen zelf discussies/thema’s/’big ideas’ in kunnen brengen;
  • Toegankelijkheid: het platform moet mobiel toegankelijk zijn;
  • Communicatie: het platform biedt een chatfunctionaliteit (zoals Whatsapp)

  Het communicatieplatform

Het communicatieplatform
Na een zoektocht binnen de applicatiedatabase van Canvas kwam de applicatie Projectcamp.us naar voren. De applicatie voorziet in herkenbaarheid, studie/privé, eigenaarschap en toegankelijkheid. Op dit moment mist er nog een chatfunctionaliteit, zoals Whatsapp, maar voorziet het wel in communicatie zoals bij een forum (asynchroon). Het platform is makkelijk te gebruiken.

Kritiekpuntje, met name als het gaat om ‘community’, is de persoonlijkheid van het platform. Uit onderzoek blijkt namelijk dat studenten meer betrokken zijn als ze in een persoonlijke omgeving werken (Rovai, 2002). De ontwikkelaar heeft op mijn advies een biografie toegevoegd aan de profielen op het platform, maar dit mag wat mij betreft nog uitgebreider.

Ontvangst door opleiding
De opleiding heeft het advies in ontvangst genomen en is enthousiast over het gebruik van een communicatieplatform. De bachelor is van plan volgend studiejaar te beginnen met een pilot. Er wordt een docent en een student-assistent ingezet om het platform duurzaam te maken. Zij monitoren, modereren en faciliteren het platform door o.a. technische en didactische ondersteuning te verlenen.

Afsluiting
Op dit moment ben ik, in samenwerking met de techniek, bezig om de koppeling tussen Projectcamp.us en Canvas te realiseren, al ben ik bang dat het budget van de Grassroots hier toch een beetje te krap is. Daarnaast zal ik de student-assistent en docent gebruikerstips meegeven, zodat er sprake is van een zachte overdracht.

Literatuur:

Rovai, A. P. (2002). Sense of community, perceived cognitive learning, and persistence in asynchronous learning networks. The Internet and Higher Education5(4), 319-332.

Volman, M., Ten Dam, G. (2010). Communities of learners: waarom het concept een plek verdient in de praktijk van het (hoger) onderwijs. Verder met onderwijs: de onderwijsvisie VU in theorie en praktijk, 21-32.

Samenwerken aan een curriculum

Blog bijdrage van Tom Broens over het grassrootproject Samenwerken aan een curriculum.

Een curriculum is een ‘levend’ ding. Geregeld ontwerpen en veranderen managers, coördinatoren en docenten de onderdelen van een curriculum. Overzicht, structuur en consistentie zijn op een handmatige manier moeilijk te bereiken. De ontwikkelde curriculum tool maakt het mogelijk om binnen een curriculum raamwerk, ontworpen door onderwijsmanagers van een opleiding, de docenten en coördinatoren de ruimte te geven om hun onderwijs vorm te geven. Concreet beschrijft het management van de opleiding een opleidingsraamwerk met o.a. eindtermen, vakken, leerdoelen per vak, mapping met leerlijnen, niveaus en externe raamwerken. De docenten/coördinator vult dit raamwerk aan met specifieke leerdoelen die relevantie hebben in daadwerkelijk onderwijsonderdelen. Dit alles in een online omgeving die makkelijk in gebruik is. We zijn deze tool nu aan het vervolmaken zodat deze ingezet kan worden bij de vernieuwing van het bachelor curriculum Medische Informatiekunde waar de gewenste samenwerking tot zijn recht kan komen. Een eerdere versie heeft reeds de relevantie van een curriculum tool aangetoond bij het accreditatieproces van onze opleidingen.

Bachelor Medische Informatiekunde

Interactieve werkvormen & Game Lab

Best Practice bijdrage via Ton Pape
In het bachelor keuzevak “Games” werd middels de platform Pitch2Peer een interactieve werkgroep voor een redelijk grote groep studenten (75) georganiseerd.Pitch2Peer geeft studenten de mogelijkheid om hun werk (individueel of in groepen) aan elkaar te presenteren. Vervolgens moeten studenten het werk van elkaar beoordelen.Als voorbeeld hier de structuur van een wekelijkse bijeenkomst:

  1. Hoorcollege (2 uur)
  2. GameLab met gedetailleerde opdrachten die bij het onderwerp/de theorie van het hoorcollege aansluiten. In groepen van 4-6 personen analyseren studenten in deze opdrachten een zelf gekozen onderzoeksobject.
  3. Als huiswerk maken studenten hun analyse af en presenteren de resultaten in een kort video of poster. Dit moet 2 dagen voor het volgende hoorcollege op Pitch2Peer worden geplaatst.
  4. Studenten geven tot aan het begin van het volgende hoorcollege feedback over het werk van andere groepen.
  5. In het volgende GameLab worden de opdrachten en het feedback kort besproken.

De technische voorbereiding was laagdrempelig. De docent hoeft alleen de parameters van de opdracht vastleggen (dus: vastleggen deadlines voor inleveren en peer feedback, individueel of groepswerk, hoeveel peer reviews per persoon, etc.). De parameters kunnen ook makkelijk van een opdracht na de volgende worden gekopieerd. Voor dit gedeelte was er veel steun van het ICTO team maar ook van medewerkers van Pitch2Peer zelf.

Inhoudelijk moeten de opdrachten van tevoren wel goed georganiseerd worden. De docent moet waarborgen dat 75 studenten tijdens de GameLabs zelfstandig kunnen werken.

Wat leverde deze pilot op:

  • Pitch2Peer verhoogt de motivatie van studenten: Studenten willen het goed doen omdat zij hun werk aan elkaar laten zien. (Maar het kan ook een gevoel van competitie creëren. Dit vonden de studenten vonden dit juist leuk. Vanuit een pedagogisch standpunt vind ik dat niet zo handig en ben daar dus een beetje tegenaan gaan.)
  • Indien Pitch2Peer met groepswerk wordt gecombineerd, leren studenten praktische vaardigheden van elkaar (presentatie van bevindingen in de vorm van een poster of AV essay, video editing, etc.)
  • Studenten leren beter peer feedback te geven. In mijn project heb ik studenten drie keer over 2 verschillende opdrachten peer feedback laten geven, in totaal dus 6 keer per student. Vaak is het peer feedback de eerste keer minder goed. Maar studenten merken snel dat je aan oppervlakkig feedback niets hebt en beginnen zelf meer in de diepte te gaan.

Wat hebben we geleerd:

  • Studenten hadden graag nog een vierde week met opdrachten willen doen. Dus voor hen hoorde het op een gegeven moment tot het gewone huiswerk om hun werk te presenteren en ze keken erna uit.
  • Aan de andere kant zeiden de studenten ook dat ze nog gemotiveerder waren geweest als deze opdrachten werden becijferd. Dit heb ik niet gedaan omdat het een pilot was en ik het laagdrempelig wilde houden. Ik vraag me af welk effect het beoordelen van de opdrachten en peer feedback op de kwaliteit vooral van het peer feedback zou hebben. Oefenen ze dan minder constructieve kritiek omdat ze de cijfers van anderen studenten niet negatief willen beïnvloeden? Dat is minder een lesson learned maar een nieuwe vraag die ik me voor het verbeten van het vak stel.
  • Het is goed om studenten tussen een aantal verschillende presentatievormen te laten kiezen: video, poster, slide show. Vooral in een keuzevak hebben studenten verschillende achtergronden en presentatievaardigheden. Het maakt het laagdrempeliger voor hen als ze mogen kiezen how zij hun werk presenteren

 

Blog Peerreview digitaal

Blog van Robert van Wijk over de Grassroot Peerreview digitaal, 15 februari 2018

“Misschien moeten we het volgend jaar toch maar weer op papier doen” was de suggestie van een collega nadat we alle inleverlinks voor onze digitale peerreview-opdracht hadden gemaakt. Vijf links met instructies voor in totaal zes groepen studenten die volgende week gebruik gaan maken van Turnitin, Feedbackfruits en de ingebouwde mogelijkheden van Canvas om elkaar feedback op geschreven rapporten te geven.

Ik moet toegeven dat het inderdaad een flinke investering in tijd en moeite was. We hebben als experiment alle meer of minder relevante opties aan en soms weer uit gezet en daarbij loop je tegen onverwachte zaken aan. Zo wist bijvoorbeeld één van de systemen de moeizaam ingevoerde beoordelingscriteria wanneer een individuele opdracht omgezet wordt naar een groepsopdracht. Dat moet je maar net weten.

Al doende leert men gelukkig en ondertussen hebben we een aardig beeld van de unieke mogelijkheden van ieder systeem. Zo is een zelfbeoordeling alleen mogelijk in Turnitin, respecteert Feedbackfruits als enige bestaande groepsindelingen bij het automatisch toedelen (vandaar vijf en geen zes inleverlinks) en kostte Canvas veruit het minste tijd om op te zetten. En ieder systeem heeft een goed verborgen plek om een rubric in te voeren, al weigert Turnitin consequent om deze bij peerreview te gebruiken.

Ondertussen werken we met onze studenten alvast binnen Canvas, dat we in het eerste jaar van de bacheloropleiding informatica uitgebreid aan het piloten zijn. Ook de links naar Feedbackfruits en Turnitin zijn dus binnen Canvas gemaakt. Dit leverde in eerste instantie wat foutmeldingen op, waarbij we gemerkt hebben dat je als docent niet makkelijk kunt testen hoe een gekoppeld systeem voor de studenten eruit ziet of werkt.

Ook de recente controverse rond Turnitin volgen we op de voet. Mochten studenten principiële bezwaren hebben tegen een systeem of mocht er fouten optreden die een extern systeem onwerkbaar maken, dan vallen we terug op enkel de mogelijkheden binnen Canvas.

Als nu alles naar verwachting loopt, leveren de studenten uiterlijk aankomende zondagavond hun technisch rapporten in binnen Canvas en krijgt (bijna) automatisch iedere student twee andere rapporten van groepsgenoten om door te nemen. Wij kijken kritisch met ze mee en toetsen of het systeem ons helpt om het zicht op de peerreview te houden.

Later deze week zien we de studenten om onder begeleiding van hun tutor samen de feedback door te nemen en een plan te maken om het eigen rapport te reviseren. Daarbij gaan we hun ervaringen verzamelen over de gebruikte systemen om te bepalen hoe makkelijk het was om feedback te geven en te ontvangen, en welke aanpassingen we gaan maken voor een tweede ronde peerreview bij een tweede rapport. We hebben goede hoop dat we op dat punt niet meer naar papier terugverlangen!

Alle opdrachten

Blockchain & Onderwijs

De Blockchain technology staat steeds meer in de belangstelling. Met name in de financiële wereld wordt er veel onderzoek gedaan naar impact en toepasbaarheid van Blockchain technology.

In de laatste jaren zien we ook een groeiende interesse om te onderzoeken welke rol Blockchain technologie in het onderwijs kan vervullen. De primaire focus ligt dan het vastleggen van “credentials”. Dit kunnen bewijsstukken zijn van opleidingen, delen van opleiding en/of persoonlijke gegevens.

De discussie is op dit moment redelijk “hype” gedreven en er worden mooie vergezichten voorgeschoteld. Goede, betrouwbare best practices en concrete schaalbare oplossingen zijn voor het onderwijs nog niet voor handen. De potentie van Blockchain technologie is er zeker op de lange termijn.

Het EU onderzoeksrapport: Blockchain in Education heeft een brede analyse gemaakt van de blockchain technologie en de mogelijke toepassingen in het onderwijs. Het rapport beschrijft ook een aantal use cases. Een overzicht van de belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn te vinden pagina’s 103 – 109 . Een recente trendanalyse van Gartner signaleert de potentie van blockchain voor diploma’s en certificaten maar stelt ook dat het niet heel snel zal lopen.

Voor UvA is het van belang om zich te oriënteren op de (on-)mogelijkheden van blockchain technologie voor het onderwijs. SURF is ook natuurlijke partner in deze discussie en zal ook zeker de mogelijke toepassingen onderzoeken en in kaart brengen.

SURF heeft in november van 2017 een eerste technologie verkenning uitgevoerd. De conclusie van deze verkenning is:

“Voor een concrete roadmap voor SURFnet rond de toepassing van blockchains, of een beslissing hier zwaar op in te zetten, is het ons inziens nog te vroeg. Verder de technologie leren kennen door Proof-of-Concepts uit te voeren, aangevuld met samen met de achterban verder op zoek gaan naar toepassingen, is echter zeker wel te overwegen. Voor deze Proof-of-Concepts moeten de verwachtingen niet te hoog gespannen zijn; ze zijn er primair om de technologie te leren kennen en de impact zal de komende tijd waarschijnlijk laag zijn, in ieder geval de komende twee à drie jaar. De in deze verkenning beschreven criteria kunnen helpen bij het selecteren van toepassingen waar blockchain een meerwaarde kan hebben.”

 

Online Academisch leren lezen

Blog van Guusje Smit over de Grassroot Online Academisch leren lezen

De pre-master van Information studies bestaat uit 5 online cursussen in Blackboard, waaronder de cursus Academic Skills. Aankomende studenten moeten deze cursussen volgen om toe gelaten te worden tot de Master Information Studies. Deze cursussen kunnen de pre-master studenten zelfstandig doorlopen en worden ondersteund door een moderator.

In Academic skills zit een onderdeel academisch lezen en schrijven. Een aantal jaar geleden is gekeken om het onderdeel lezen van primaire literatuur (wetenschappelijke artikelen)  meer aandacht te geven in de cursus. Er is toen gesproken met Edwin van Lacum, die toen net zijn proefschrift had verdedigd: “Reading primary literature : introducing undergraduate life science students to the rhetorical structure of research articles”. De moderator van Academic Skills, Loek Stolwijk, heeft de theorie overgenomen in zijn presentatie en oefeningen.

 

Een online module

In mijn Grassroots project zijn we een online module academisch lezen aan het ontwikkelen, waarin studenten het lezen van primaire literatuur leren. In de cursus van 7 weken is tijd die studenten hebben voor het leren van nieuwe vaardighedenschaars. Het ontwikkelen van een online module voor academisch lezen, waarbij de student zelfstandig aan de slag gaat en gemotiveerd wordt tijdens het maken van de verschillende opdrachten, is in Blended learning essentieel.

 

De module wordt ontwikkeld  in Articulate Storyline 2 en zal worden opgenomen in de digitale leeromgeving. Het ontwerp van de module is gebaseerd op het onderzoek naar het gebruik van argumentatiemodellen voor het lezen van primaire literatuur van Edwin van Lacum zijn.

 

Articulate Storyline

De Grassroots subsidie is gebruikt voor een training Articulate storyline 2, basisvaardigheden en expert training.  Het is een makkelijk programma om te leren, vergelijkbaar met Powerpoint, maar dan met meer functionaliteiten.

blog plaatje 1-overzicht

Structuur module in Articulate storyline 2

 

In Articulate Storyline 2 is de structuur van de online module heel overzichtelijk en het is meteen duidelijk hoe de module er uit ziet. De content kan makkelijk aangepast worden en (multiple choice) vragen kunnen eenvoudig gecreëerd worden. Een interactieve startpagina zijn elementen die de module iets ‘extra’s’ geven en daarom ook leuker maken.

 

Een nadeel van het programma is dat je een licentie moet hebben om de module aan te passen. Daardoor wordt het minder flexibel voor een docent.

De volgende stap is om het verhaal van de docenten erbij te voegen, door middel van een audio opname.