Samenwerken aan een curriculum

Blog bijdrage van Tom Broens over het grassrootproject Samenwerken aan een curriculum.

Een curriculum is een ‘levend’ ding. Geregeld ontwerpen en veranderen managers, coördinatoren en docenten de onderdelen van een curriculum. Overzicht, structuur en consistentie zijn op een handmatige manier moeilijk te bereiken. De ontwikkelde curriculum tool maakt het mogelijk om binnen een curriculum raamwerk, ontworpen door onderwijsmanagers van een opleiding, de docenten en coördinatoren de ruimte te geven om hun onderwijs vorm te geven. Concreet beschrijft het management van de opleiding een opleidingsraamwerk met o.a. eindtermen, vakken, leerdoelen per vak, mapping met leerlijnen, niveaus en externe raamwerken. De docenten/coördinator vult dit raamwerk aan met specifieke leerdoelen die relevantie hebben in daadwerkelijk onderwijsonderdelen. Dit alles in een online omgeving die makkelijk in gebruik is. We zijn deze tool nu aan het vervolmaken zodat deze ingezet kan worden bij de vernieuwing van het bachelor curriculum Medische Informatiekunde waar de gewenste samenwerking tot zijn recht kan komen. Een eerdere versie heeft reeds de relevantie van een curriculum tool aangetoond bij het accreditatieproces van onze opleidingen.

Bachelor Medische Informatiekunde

Interactieve werkvormen & Game Lab

Best Practice bijdrage via Ton Pape
In het bachelor keuzevak “Games” werd middels de platform Pitch2Peer een interactieve werkgroep voor een redelijk grote groep studenten (75) georganiseerd.Pitch2Peer geeft studenten de mogelijkheid om hun werk (individueel of in groepen) aan elkaar te presenteren. Vervolgens moeten studenten het werk van elkaar beoordelen.Als voorbeeld hier de structuur van een wekelijkse bijeenkomst:

  1. Hoorcollege (2 uur)
  2. GameLab met gedetailleerde opdrachten die bij het onderwerp/de theorie van het hoorcollege aansluiten. In groepen van 4-6 personen analyseren studenten in deze opdrachten een zelf gekozen onderzoeksobject.
  3. Als huiswerk maken studenten hun analyse af en presenteren de resultaten in een kort video of poster. Dit moet 2 dagen voor het volgende hoorcollege op Pitch2Peer worden geplaatst.
  4. Studenten geven tot aan het begin van het volgende hoorcollege feedback over het werk van andere groepen.
  5. In het volgende GameLab worden de opdrachten en het feedback kort besproken.

De technische voorbereiding was laagdrempelig. De docent hoeft alleen de parameters van de opdracht vastleggen (dus: vastleggen deadlines voor inleveren en peer feedback, individueel of groepswerk, hoeveel peer reviews per persoon, etc.). De parameters kunnen ook makkelijk van een opdracht na de volgende worden gekopieerd. Voor dit gedeelte was er veel steun van het ICTO team maar ook van medewerkers van Pitch2Peer zelf.

Inhoudelijk moeten de opdrachten van tevoren wel goed georganiseerd worden. De docent moet waarborgen dat 75 studenten tijdens de GameLabs zelfstandig kunnen werken.

Wat leverde deze pilot op:

  • Pitch2Peer verhoogt de motivatie van studenten: Studenten willen het goed doen omdat zij hun werk aan elkaar laten zien. (Maar het kan ook een gevoel van competitie creëren. Dit vonden de studenten vonden dit juist leuk. Vanuit een pedagogisch standpunt vind ik dat niet zo handig en ben daar dus een beetje tegenaan gaan.)
  • Indien Pitch2Peer met groepswerk wordt gecombineerd, leren studenten praktische vaardigheden van elkaar (presentatie van bevindingen in de vorm van een poster of AV essay, video editing, etc.)
  • Studenten leren beter peer feedback te geven. In mijn project heb ik studenten drie keer over 2 verschillende opdrachten peer feedback laten geven, in totaal dus 6 keer per student. Vaak is het peer feedback de eerste keer minder goed. Maar studenten merken snel dat je aan oppervlakkig feedback niets hebt en beginnen zelf meer in de diepte te gaan.

Wat hebben we geleerd:

  • Studenten hadden graag nog een vierde week met opdrachten willen doen. Dus voor hen hoorde het op een gegeven moment tot het gewone huiswerk om hun werk te presenteren en ze keken erna uit.
  • Aan de andere kant zeiden de studenten ook dat ze nog gemotiveerder waren geweest als deze opdrachten werden becijferd. Dit heb ik niet gedaan omdat het een pilot was en ik het laagdrempelig wilde houden. Ik vraag me af welk effect het beoordelen van de opdrachten en peer feedback op de kwaliteit vooral van het peer feedback zou hebben. Oefenen ze dan minder constructieve kritiek omdat ze de cijfers van anderen studenten niet negatief willen beïnvloeden? Dat is minder een lesson learned maar een nieuwe vraag die ik me voor het verbeten van het vak stel.
  • Het is goed om studenten tussen een aantal verschillende presentatievormen te laten kiezen: video, poster, slide show. Vooral in een keuzevak hebben studenten verschillende achtergronden en presentatievaardigheden. Het maakt het laagdrempeliger voor hen als ze mogen kiezen how zij hun werk presenteren

 

Blog Peerreview digitaal

Blog van Robert van Wijk over de Grassroot Peerreview digitaal, 15 februari 2018

“Misschien moeten we het volgend jaar toch maar weer op papier doen” was de suggestie van een collega nadat we alle inleverlinks voor onze digitale peerreview-opdracht hadden gemaakt. Vijf links met instructies voor in totaal zes groepen studenten die volgende week gebruik gaan maken van Turnitin, Feedbackfruits en de ingebouwde mogelijkheden van Canvas om elkaar feedback op geschreven rapporten te geven.

Ik moet toegeven dat het inderdaad een flinke investering in tijd en moeite was. We hebben als experiment alle meer of minder relevante opties aan en soms weer uit gezet en daarbij loop je tegen onverwachte zaken aan. Zo wist bijvoorbeeld één van de systemen de moeizaam ingevoerde beoordelingscriteria wanneer een individuele opdracht omgezet wordt naar een groepsopdracht. Dat moet je maar net weten.

Al doende leert men gelukkig en ondertussen hebben we een aardig beeld van de unieke mogelijkheden van ieder systeem. Zo is een zelfbeoordeling alleen mogelijk in Turnitin, respecteert Feedbackfruits als enige bestaande groepsindelingen bij het automatisch toedelen (vandaar vijf en geen zes inleverlinks) en kostte Canvas veruit het minste tijd om op te zetten. En ieder systeem heeft een goed verborgen plek om een rubric in te voeren, al weigert Turnitin consequent om deze bij peerreview te gebruiken.

Ondertussen werken we met onze studenten alvast binnen Canvas, dat we in het eerste jaar van de bacheloropleiding informatica uitgebreid aan het piloten zijn. Ook de links naar Feedbackfruits en Turnitin zijn dus binnen Canvas gemaakt. Dit leverde in eerste instantie wat foutmeldingen op, waarbij we gemerkt hebben dat je als docent niet makkelijk kunt testen hoe een gekoppeld systeem voor de studenten eruit ziet of werkt.

Ook de recente controverse rond Turnitin volgen we op de voet. Mochten studenten principiële bezwaren hebben tegen een systeem of mocht er fouten optreden die een extern systeem onwerkbaar maken, dan vallen we terug op enkel de mogelijkheden binnen Canvas.

Als nu alles naar verwachting loopt, leveren de studenten uiterlijk aankomende zondagavond hun technisch rapporten in binnen Canvas en krijgt (bijna) automatisch iedere student twee andere rapporten van groepsgenoten om door te nemen. Wij kijken kritisch met ze mee en toetsen of het systeem ons helpt om het zicht op de peerreview te houden.

Later deze week zien we de studenten om onder begeleiding van hun tutor samen de feedback door te nemen en een plan te maken om het eigen rapport te reviseren. Daarbij gaan we hun ervaringen verzamelen over de gebruikte systemen om te bepalen hoe makkelijk het was om feedback te geven en te ontvangen, en welke aanpassingen we gaan maken voor een tweede ronde peerreview bij een tweede rapport. We hebben goede hoop dat we op dat punt niet meer naar papier terugverlangen!

Alle opdrachten

Blockchain & Onderwijs

De Blockchain technology staat steeds meer in de belangstelling. Met name in de financiële wereld wordt er veel onderzoek gedaan naar impact en toepasbaarheid van Blockchain technology.

In de laatste jaren zien we ook een groeiende interesse om te onderzoeken welke rol Blockchain technologie in het onderwijs kan vervullen. De primaire focus ligt dan het vastleggen van “credentials”. Dit kunnen bewijsstukken zijn van opleidingen, delen van opleiding en/of persoonlijke gegevens.

De discussie is op dit moment redelijk “hype” gedreven en er worden mooie vergezichten voorgeschoteld. Goede, betrouwbare best practices en concrete schaalbare oplossingen zijn voor het onderwijs nog niet voor handen. De potentie van Blockchain technologie is er zeker op de lange termijn.

Het EU onderzoeksrapport: Blockchain in Education heeft een brede analyse gemaakt van de blockchain technologie en de mogelijke toepassingen in het onderwijs. Het rapport beschrijft ook een aantal use cases. Een overzicht van de belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn te vinden pagina’s 103 – 109 . Een recente trendanalyse van Gartner signaleert de potentie van blockchain voor diploma’s en certificaten maar stelt ook dat het niet heel snel zal lopen.

Voor UvA is het van belang om zich te oriënteren op de (on-)mogelijkheden van blockchain technologie voor het onderwijs. SURF is ook natuurlijke partner in deze discussie en zal ook zeker de mogelijke toepassingen onderzoeken en in kaart brengen.

SURF heeft in november van 2017 een eerste technologie verkenning uitgevoerd. De conclusie van deze verkenning is:

“Voor een concrete roadmap voor SURFnet rond de toepassing van blockchains, of een beslissing hier zwaar op in te zetten, is het ons inziens nog te vroeg. Verder de technologie leren kennen door Proof-of-Concepts uit te voeren, aangevuld met samen met de achterban verder op zoek gaan naar toepassingen, is echter zeker wel te overwegen. Voor deze Proof-of-Concepts moeten de verwachtingen niet te hoog gespannen zijn; ze zijn er primair om de technologie te leren kennen en de impact zal de komende tijd waarschijnlijk laag zijn, in ieder geval de komende twee à drie jaar. De in deze verkenning beschreven criteria kunnen helpen bij het selecteren van toepassingen waar blockchain een meerwaarde kan hebben.”

 

Online Academisch leren lezen

Blog van Guusje Smit over de Grassroot Online Academisch leren lezen

De pre-master van Information studies bestaat uit 5 online cursussen in Blackboard, waaronder de cursus Academic Skills. Aankomende studenten moeten deze cursussen volgen om toe gelaten te worden tot de Master Information Studies. Deze cursussen kunnen de pre-master studenten zelfstandig doorlopen en worden ondersteund door een moderator.

In Academic skills zit een onderdeel academisch lezen en schrijven. Een aantal jaar geleden is gekeken om het onderdeel lezen van primaire literatuur (wetenschappelijke artikelen)  meer aandacht te geven in de cursus. Er is toen gesproken met Edwin van Lacum, die toen net zijn proefschrift had verdedigd: “Reading primary literature : introducing undergraduate life science students to the rhetorical structure of research articles”. De moderator van Academic Skills, Loek Stolwijk, heeft de theorie overgenomen in zijn presentatie en oefeningen.

 

Een online module

In mijn Grassroots project zijn we een online module academisch lezen aan het ontwikkelen, waarin studenten het lezen van primaire literatuur leren. In de cursus van 7 weken is tijd die studenten hebben voor het leren van nieuwe vaardighedenschaars. Het ontwikkelen van een online module voor academisch lezen, waarbij de student zelfstandig aan de slag gaat en gemotiveerd wordt tijdens het maken van de verschillende opdrachten, is in Blended learning essentieel.

 

De module wordt ontwikkeld  in Articulate Storyline 2 en zal worden opgenomen in de digitale leeromgeving. Het ontwerp van de module is gebaseerd op het onderzoek naar het gebruik van argumentatiemodellen voor het lezen van primaire literatuur van Edwin van Lacum zijn.

 

Articulate Storyline

De Grassroots subsidie is gebruikt voor een training Articulate storyline 2, basisvaardigheden en expert training.  Het is een makkelijk programma om te leren, vergelijkbaar met Powerpoint, maar dan met meer functionaliteiten.

blog plaatje 1-overzicht

Structuur module in Articulate storyline 2

 

In Articulate Storyline 2 is de structuur van de online module heel overzichtelijk en het is meteen duidelijk hoe de module er uit ziet. De content kan makkelijk aangepast worden en (multiple choice) vragen kunnen eenvoudig gecreëerd worden. Een interactieve startpagina zijn elementen die de module iets ‘extra’s’ geven en daarom ook leuker maken.

 

Een nadeel van het programma is dat je een licentie moet hebben om de module aan te passen. Daardoor wordt het minder flexibel voor een docent.

De volgende stap is om het verhaal van de docenten erbij te voegen, door middel van een audio opname.

Blog Derivatives: strategies in action

Blog bijdrage van Dr Philippe Versijp over het grassrootproject Derivatives: strategies in action

Keuzes, keuzes, keuzes

De productie van webcasts, en inbedding daarvan in het onderwijs, is geen ‘rocket science’. Het is de kern van de grassroot “Derivatives: strategies in action”, maar ook voor deze grassroot deed ik dit al, de nodige jaren zelfs. Die ervaring neemt niet weg dat het iedere keer een kwestie blijft van keuzes maken: wat is de beste oplossing voor dit vak? Voor deze studenten? Met deze set van restricties? In dit blog hoop ik een deel van dat proces wat explicieter te maken, ten bate van collega’s die tegen vergelijkbare vraagstukken aan (gaan) lopen.

Keuze 1: niveau

Een van de aanleidingen voor het project was een verschil in voorkennis bij studenten. De basis van de materie die in mijn deel van het vak behandeld wordt, is eigenlijk al eens eerder aan de studenten voorgeschoteld, in de marge van een ander vak. Op die basis bouwen we dan verder. Maar zoals wel vaker gebeurd: die voorkennis blijft niet altijd hangen, en als het geen hoofdonderdeel van een eerder vak is, kan het een ondergeschoven kindje worden. Niet bij iedereen, maar met bijna 500 studenten is zelfs een niet zo groot percentage al een groep waarvoor het loont moeite te doen.
Ook speelt interesse een rol; derivaten is typisch een onderwerp wat fascineert, of al gauw een ver-van-mijn-bed-show is.  Normaliter zit een docent in zo’n geval met de handen in het haar: te snel te diep de materie induiken leidt tot vele afhakers onder de studenten die toch al weinig affiniteit met het onderwerp hadden; te langzaam en er ontstaat terecht gemor dat er weinig toegevoegde waarde is. Bovendien hebben we einddoelen, en ook die moeten gehaald worden.

De originele insteek was om de webcasts vooral te richten op de basis, ter ondersteuning van wat zwakkere / minder voorbereide student. Door in een filmpje een vrij basaal concept als put-call-parity uit te werken, kan op college dat sneller afgedaan worden.
Tijdens de productie merkte ik echter dat het nog niet zo makkelijk is om de zaken eenvoudig te houden. Ook een simpele combinatie van twee opties kan juist om complexe redenen gemaakt worden. Bij nader inzien was dit ook helemaal geen ramp; immers, ook de sterkere studenten doen er goed aan de webcasts te bekijken, en dat zullen ze alleen doen als er voor hen ook wat te halen valt. Combineren is dus zo gek nog niet! Zo lang het maar geen middelmaat wordt, want dan gaan we aan de oorspronkelijke doelstelling voorbij. De uiteindelijke keuze is dan ook geworden dat er 6 webcasts zijn gemaakt die vrij basaal zijn ingezet (niet per se makkelijk, maar ‘basaal’ als in ‘gericht op de basis’) en dus ook zonder al te veel parate voorkennis te volgen zijn, en één voor een gevorderd onderwerp, maar dat alle 7 een paar elementen bevatten die juist een brug maken naar de andere doelgroep.

Keuze 2: techniek

Of moet ik zeggen: de keuze tussen schoonheid of utiliteit? Feit is dat een geluids- of beeldkwaliteit die een jaar of 5 geleden prima leek, nu toch wat bedenkelijk overkomt. Jan-en-alleman vlogt inmiddels waardoor het een simpel trucje lijkt, maar de beeldvorming wordt vooral bepaald door de kleine minderheid die dit zeer serieus en – zo vermoed ik althans – met forse inzet van middelen aanpakt. De keuze is dan ook hoeveel tijd en energie je als docent in de techniek wilt steken.

Om een voorbeeld te noemen: geluidskwaliteit is van groot belang, en er zijn verschillende manieren om die goed te krijgen. De meest drastische oplossing is met een studio te werken. Ideaal om omgevingsgeluid te voorkomen, wellicht met iemand direct aan de knoppen, maar een stuk minder flexibel (moet gepland worden, om te beginnen). Makkelijker is het om achteraf de ergste zaken te verhelpen: slechte stukjes weggooien, en Camtasia heeft bijvoorbeeld algoritmes die structureel omgevingslawaai uit je opname halen; ICTO had nog wat krachtigere varianten daarvan.

Of nog een: Derivaten strategiën zijn bij uitstek geschikt voor screencasts omdat de elementen als LEGO-blokjes opgebouwd kunnen worden. Dat kan natuurlijk in volledig 3D, met leuke effecten. Een collega had bij een presentatie zelfs een HTML-gebaseerd project dat er best bruikbaar uitzag. Aan de andere kant, zelfs dan kost het de nodige uren dat op te zetten, je de software eigen te maken en de juiste elementen te programmeren, etc. etc. Hoewel visueel niet heel spannend, kan je met het simpele Powerpoint ook een heel eind komen als je lijnen en vlakken wilt stapelen.

Uiteindelijk worden dit soort keuzes vaak voor je gemaakt (zie ook keuze 3). Een webcast die de boodschap overbrengt en waarbij de productiekwaliteit niet afleidt van die boodschap is effectiever dan geen webcast. De keuze is dus meer wat binnen de tijd en de technische mogelijkheden haalbaar is. Dus in dit geval toch Powerpoint, geen studio, maar wel beide sets algoritmes. Het doel is niet de koning van Youtube te worden, maar een bestaand vak te verbeteren. Wel nu, dat is gebeurd. Een degelijke webcast die naar de studenten gaat is beter dan een uitmuntende die nooit af is.

Keuze 3: tijdspad

Deze grassroot was bedoeld als een snel project. Het vak waarvoor de webcasts bedoeld zijn, werd immers al in april/mei gegeven. Dat was een duidelijke deadline, en hoewel een grassroot-grant wat tijd vrijspeelt, bleef die tijdsdruk. De meeste webcasts zijn op tijd af en op Blackboard gezet, maar de bekroning, een (of twee) webcasts die ook een opgave met een complexe strategie uitwerkt, is er bij in geschoten. Die zal na de zomer alsnog worden gemaakt; in november is er een vak voor een ander programma, maar met sterk overlappende inhoud.

Het grote voordeel van webcasts is dat ze ook individueel nuttig en bruikbaar moeten zijn. De studenten kregen niet alles waarop ik gehoopt had, maar wel veel materiaal met meerwaarde. Dat kan prima bij een volgende gelegenheid aangevuld worden. Een keuze voor uitstel, maar geen afstel dus.

Wordt vervolgd.

Learning & Student Analytics Conference (LSAC): Implementation, Institutional Barriers and New Developments October 26-27

Scope of the conference

Learning and Student Analytics is slowly and steadily making its way from research to practice. In the past decade, actionable research has been carried out stimulating policy makers and educators to take an ever increasing interest in applying these findings to educational practice. However, despite the available evidence, technology, and many examples of good practices, organisational uptake is slow.

The conference is structured around the following three content blocks:

  1. State of the art learning and student analytics research.
  2. Policy debate: How to foster leadership and learning analytics uptake at the organisational level
  3. Applied Sessions:
    1. Privacy Issues
    2. The value and design of early warning systems
    3. Learning Analytics Dashboards

More information & registration: http://www.lsac2017.org/

 

Verslag Feedbackfruits bijeenkomst

Op woensdag 7 juni organiseerde het Center for Innovation for Learning en Teaching (CILT) en de expertisegroep onderwijs UvA (IRS, EGOW) een informatiebijeenkomst over Feedbackfruits. Een nieuwe online onderwijs omgeving die onlangs door de UvA is aangeschaft.

Etienne Verheijck stond in het openingswoord stil bij de recente ontwikkelingen van CILT. De plannen voor een structurele inbedding van Blended Learning bij de faculteiten krijgen duidelijk meer vorm.  Strategische keuzes voor onderwijsinnovatie moeten nu worden gemaakt om de uitdagingen waar de UvA voor staat in het onderwijs op te pakken. Technologie an sich is geen oplossing, het is de samenwerking waar technologie en onderwijs elkaar ontmoeten die noodzakelijk is om duurzame innovaties te realiseren.

Jan Hein Gooszens nam de aanwezigen mee in de mogelijkheden van Feedbackfruits. Na een korte introductie over Feedbackfruits nam hij het publiek hands on mee in de mogelijkheden van enkele tools in de Feedbackfruits omgeving.

Feedbackfruits is een jonge Nederlandse onderneming (2013) die in korte tijd een behoorlijke naam heeft gemaakt als ontwikkelaar van innovatieve ICT-oplossingen in het onderwijs. Het biedt een innovatie e-learning omgeving die in gebruik is bij de FEB en de FdR. Ook andere faculteiten hebben interesse om experimenten en pilots te starten. Feedbackfruits is een goede aanvulling op de bestaande onderwijsomgevingen en biedt mogelijkheden om te integreren met de huidige leeromgeving Blackboard en de nieuwe leeromgeving Canvas Instructure.

Hun product is geen alternatief voor de grote campusbrede leeromgevingen maar biedt zinvolle uitbreidingen op het bestaande pakket aan functionaliteiten. Het is een exemplarisch voorbeeld van een schil tool in de opzet zoals beschreven in de nieuwe DLO visie van de UvA. Zij spreken over onderwijsplug-ins die elk afzonderlijk naar behoefte kunnen worden ingezet in het onderwijs via de bestaande leeromgeving. De Onderwijsplug-ins die kunnen worden toegepast zijn ( de links geven toegang tot korte instructiefilmpjes):

Corneel den Hartogh (FNWI) en Rik Jager (FdR) gingen in hun presentaties expliciet in op de ervaringen met Feedbackbackfruits in de onderwijspraktijk bij de UvA. Bij de FNWI heeft men ervaring opgedaan met oudere versie van Feedbackfruits. Corneel heeft hierover een aardige blogpost geschreven: Blog Fruitfull Learning Rik (FdR) stond in zijn verhaal stil bij de (on-)mogelijkheden om studenten te verleiden om actief deel te nemen aan het onderwijs door gebruik te maken van de peer feedback mogelijkheden. Daarnaast gaf Rik een inzicht in de samenwerking met Feedbackfruits en gaf het publiek mee dat Feedbackfruits snel inspeelt op wensen en ervaringen uit het veld. Tot slot van de bijeenkomst liet Frank Benneker zien hoe je in de UvA Blackboard omgeving gebruik kan maken van de Feedbackfruits integratie.

Bronnen:

 

 

FNWI-videostudio

Blog bijdrage van Martijn Stegeman en Julian Jansen

FNWI Studio

Van februari 2016 t/m januari 2017 is bij de FNWI gewerkt aan het inrichten van een kleinschalige videostudio waar docenten en studenten opnames kunnen maken in het kader van het onderwijs. Het aspect van laagdrempeligheid was een belangrijk doel. De studio  is opgebouwd in een bestaande collegezaal, die in ca. 15 minuten om te bouwen is van opstelling “werkcollege” naar opstelling “studio” en andersom. Daarnaast is het lokaal in collegejaar 2016–2017 op maandagen en dinsdagen gereserveerd voor studiogebruik. In de loop van het grassrootsprogramma hebben diverse docenten en studenten geëxperimenteerd met onderwijsvideo’s en heeft het studioteam een aantal producties op locatie gemaakt en ondersteund. Voor de toekomst is het advies om de studio een (bescheiden) eigen ruimte te geven, zodat deze op elk moment beschikbaar is voor docenten en studenten. Daarnaast lijkt het wel noodzakelijk om de doelgroep met name technische ondersteuning te bieden, omdat veel docenten die video’s willen maken nog niet erg ervaren zijn met de apparatuur. Aan de andere kant is het juist ook moeilijk om docenten van hun perfectionisme af te helpen: een keer een video opnemen is belangrijker dan het meteen goed doen, anders komt het er niet van!