Blackboard aan de UvA ; een stukje geschiedenis

Na jaren van succes, gevolgd door het onherroepelijk achterhaald worden door de moderniteit der cloud diensten wordt Blackboard binnenkort bijgezet in het UvA archief van dingen die eens waren.
(zie ook dit Folia artikel) . Tijd om terug te blikken op de geschiedenis van Blackboard bij de UvA. Vorig schreef ik voor voor een discussie in SURF verband  de volgende tekst:

De geschiedenis van Blackboard en eigenlijk de keuze voor een campus brede dienstverlening
voor ICT in het onderwijs aan de UvA gaat terug tot 1998. In dat jaar start de expertisegroep ICT
in het Onderwijs, ingesteld door de bestuursstaf (Dik van Ingen Schenau).
De expertisegroep ICTO heeft de basis gelegd voor een UvA brede community voor het volgen
en initiëren van ontwikkelingen van ICT in het Onderwijs aan de UvA. Naast publicaties en
seminars is het voortouw genomen in het najaar van 1999 om een generieke (experimentele)
onderwijsomgeving (server) in te richten met een aantal generieke applicaties voor ICT in het
Onderwijs, op verzoek van de onderwijsorganisatie.

Initieel werd in 1999 gekozen voor een generieke ELO, WebCT , op basis oa positieve ervaringen
bij de FNWI en het Amstel instituut, een samenwerkingsomgeving BSCW en een online
discussion platform WebBoard. In de eerste gesprekken oktober en november kwam vanuit
Rechten en de Economie faculteit het verzoek om ook naar Blackboard te kijken. Zij hadden
daar via een online versie goede ervaringen mee.
Voor dat er definitief werd gekozen zijn de producten nog langs een scoringslijst gelegd en
vergeleken met alternatieven. Eind januari 2000 ( om precies te zijn 26 januari) werd de
onderwijsserver aangeboden met WebCT, Blackboard, BSCW en Webboard. Vanuit ICTO werd
functionele en inhoudelijke ondersteuning gegeven bij het gebruik. Het ICTO team werd in 2000
ook als afdeling onderdeel van het Informatiseringscentrum.

Al snel bleek dat Blackboard een applicatie was die veel weerklank vond bij docenten. Binnen
enkele maanden waren er al tientallen cursussen actief en hadden alle faculteiten meerdere
cursussen (vaak tientallen) draaien op omgeving die als onderszoeksomgeving en pilot was
opgezet. De drie andere applicaties waren minder succesvol. WebCT en Webboard had duidelijk
last van het succes van Blackboard. BSCW was wel populair bij projectgroepen maar
samenwerken en delen in het onderwijs kwam toen nog niet echt tot leven.
Het groeiende succes van Blackboard had tot gevolgd dat de omgeving en de ondersteuning
geprofessionaliseerd moest worden. In maart 2001 werd gestart met het programma VELO,
Voortzetting Elektronische LeerOmgeving. Doel: mogelijk maken en ondersteunen van UvAbrede
implementatie van een ELO (Blackboard). Het programma was opgebouwd rond drie
pijlers techniek, didactiek en communicatie. Het programma heeft tot diep in 2004 gelopen. In
de eerste twee jaar was er veel aandacht voor de migratie van de oude omgeving en de
infrastructuur. In de periode daarna lag de focus op organisatorische en didactische inbedding.
VELO werd gecoördineerd vanuit de ICT afdeling en bestuurlijk was de bestuursstaf en de
onderwijsdirecteuren betrokken bij uitvoering en sturing.

De stuurgroep werd gevormd door Greetje van den Berg (CvB), Andre Schram (Ondw. dir.) en
Hans Dijkman (dir. IC). “VELO is een programma dat enerzijds is voortgekomen uit een
historische ontwikkeling en een organisatorische behoefte, en anderzijds aansluit bij de
toekomstvisie van het IC voor de periode 2001 – 2004. De behoefte aan een ELO, vanuit de
docenten van de UvA, is dermate groot dat er een bedrijfszekere voorziening moet komen die
degelijk en vakkundig wordt ondersteund en beheerd. Vanuit het IC is in de notitie
‘toekomstvisie IC’ een viertal toekomstlijnen voorgesteld. Eén van deze lijnen behelst het
gebruik van ICT in het onderwijs. Onder de titel ‘eCampus’ wordt een ontwikkeling van
toenemend gebruik van ICT in het onderwijs”

Terugkijkend is het succes van een campusbrede ELO aan de UvA in mijn ogen gelegen in de
volgende punten

  • behalve kleinschalige experimenten was er nog niets, iets nieuws doen was al snel een
    positieve verandering en kreeg snel het juiste momentum en mensen. (greenfield scenario)
  • er bestond al actieve brede ICT in het Onderwijs community. Er was dus een vruchtbare
    samenwerking en klankbord voor nieuwe ontwikkelingen
  • de vraag uit het veld en het aanbod van middelen kwamen op natuurlijk wijze bij elkaar.
  • en de stap van centraal ondersteund experiment, naar pilot naar uiteindelijk volwaardige
    dienstverlening is juist gebleken. Dit model geeft de ruimte om samen te groeien (dwz
    onderwijs, ICT en bestuur) in diverse uitdagingen die we zijn tegen gekomen.

Op dit moment anno 2015 ervaar ik ook de andere route die veel moeizamer gaat en soms erg
lastig weerklank vindt in het onderwijs. En dat is de route via centraal geleide IV strategieën en
top down de agenda’s vast stellen. Nieuwe ontwikkelingen en innovaties laten zich lastig
kanaliseren via een top down benadering. De destijds gevolgde strategie van starten met de
voeten in de onderwijs modder/klei en op juiste moment kantelen voor bestuurlijke borging is
in mijn ogen vruchtbaarder.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s