Online Academisch leren lezen

Blog van Guusje Smit over de Grassroot Online Academisch leren lezen

De pre-master van Information studies bestaat uit 5 online cursussen in Blackboard, waaronder de cursus Academic Skills. Aankomende studenten moeten deze cursussen volgen om toe gelaten te worden tot de Master Information Studies. Deze cursussen kunnen de pre-master studenten zelfstandig doorlopen en worden ondersteund door een moderator.

In Academic skills zit een onderdeel academisch lezen en schrijven. Een aantal jaar geleden is gekeken om het onderdeel lezen van primaire literatuur (wetenschappelijke artikelen)  meer aandacht te geven in de cursus. Er is toen gesproken met Edwin van Lacum, die toen net zijn proefschrift had verdedigd: “Reading primary literature : introducing undergraduate life science students to the rhetorical structure of research articles”. De moderator van Academic Skills, Loek Stolwijk, heeft de theorie overgenomen in zijn presentatie en oefeningen.

 

Een online module

In mijn Grassroots project zijn we een online module academisch lezen aan het ontwikkelen, waarin studenten het lezen van primaire literatuur leren. In de cursus van 7 weken is tijd die studenten hebben voor het leren van nieuwe vaardighedenschaars. Het ontwikkelen van een online module voor academisch lezen, waarbij de student zelfstandig aan de slag gaat en gemotiveerd wordt tijdens het maken van de verschillende opdrachten, is in Blended learning essentieel.

 

De module wordt ontwikkeld  in Articulate Storyline 2 en zal worden opgenomen in de digitale leeromgeving. Het ontwerp van de module is gebaseerd op het onderzoek naar het gebruik van argumentatiemodellen voor het lezen van primaire literatuur van Edwin van Lacum zijn.

 

Articulate Storyline

De Grassroots subsidie is gebruikt voor een training Articulate storyline 2, basisvaardigheden en expert training.  Het is een makkelijk programma om te leren, vergelijkbaar met Powerpoint, maar dan met meer functionaliteiten.

blog plaatje 1-overzicht

Structuur module in Articulate storyline 2

 

In Articulate Storyline 2 is de structuur van de online module heel overzichtelijk en het is meteen duidelijk hoe de module er uit ziet. De content kan makkelijk aangepast worden en (multiple choice) vragen kunnen eenvoudig gecreëerd worden. Een interactieve startpagina zijn elementen die de module iets ‘extra’s’ geven en daarom ook leuker maken.

 

Een nadeel van het programma is dat je een licentie moet hebben om de module aan te passen. Daardoor wordt het minder flexibel voor een docent.

De volgende stap is om het verhaal van de docenten erbij te voegen, door middel van een audio opname.

FNWI-videostudio

Blog bijdrage van Martijn Stegeman en Julian Jansen

FNWI Studio

Van februari 2016 t/m januari 2017 is bij de FNWI gewerkt aan het inrichten van een kleinschalige videostudio waar docenten en studenten opnames kunnen maken in het kader van het onderwijs. Het aspect van laagdrempeligheid was een belangrijk doel. De studio  is opgebouwd in een bestaande collegezaal, die in ca. 15 minuten om te bouwen is van opstelling “werkcollege” naar opstelling “studio” en andersom. Daarnaast is het lokaal in collegejaar 2016–2017 op maandagen en dinsdagen gereserveerd voor studiogebruik. In de loop van het grassrootsprogramma hebben diverse docenten en studenten geëxperimenteerd met onderwijsvideo’s en heeft het studioteam een aantal producties op locatie gemaakt en ondersteund. Voor de toekomst is het advies om de studio een (bescheiden) eigen ruimte te geven, zodat deze op elk moment beschikbaar is voor docenten en studenten. Daarnaast lijkt het wel noodzakelijk om de doelgroep met name technische ondersteuning te bieden, omdat veel docenten die video’s willen maken nog niet erg ervaren zijn met de apparatuur. Aan de andere kant is het juist ook moeilijk om docenten van hun perfectionisme af te helpen: een keer een video opnemen is belangrijker dan het meteen goed doen, anders komt het er niet van!

Blog Fruitfull Learning

Bijdrage van Corneel den Hartogh over zijn Grassroot project Fruitful Learning

De aanloop

Doel van het vak ‘Innovation & Design Thinking’ is om studenten de mindset en vaardigheden te leren die nodig zijn om innovatief te kunnen werken in een dynamische context. Het vak zit aan het eind van de masteropleiding Information Studies, en richt zich daarom op het zogenaamde higher order learning (op basis van de welbekende taxonomie van Bloom: evaluatie en synthese).

Om dit te faciliteren hebben we (docent André en ik, student-assistent Corneel) vorig jaar met ondersteuning van eigen faculteit FeedbackFruits ingezet. Dit is een digitale leeromgeving waarin studenten laagdrempelig kunnen reageren op bestanden. Vervolgens verschijnt hun reactie in dezelfde view als het oorspronkelijke bestand (zie Figuur 1). Hierdoor wordt de lesstof op een interactieve manier verwerkt wat het leerproces van een individuele student en het leren in een groep aanzienlijk kan verbeteren. In aanvulling hierop zullen studenten wekelijks een learning journal schrijven en feedback geven op elkaars journal. Dit gaat via hetzelfde mechanisme. Het resultaat was een bruisende leeromgeving tot grote tevredenheid van staf, studenten en FeedbackFruits zelf.

Hartogh 1

Figuur 1: Een specifiek zin van een document wordt geselecteerd in FeedbackFruits en de opmerking daarover verschijnt direct naast de geselecteerde zin.

Toen we hoorden dat FeedbackFruits een nieuw, modulair platform ontwikkelde, wilden we dit dus graag uitproberen. Naast de directe voordelen voor het onderwijs, is het testen met modulaire tools ook in breder perspectief belangrijk. De UvA gaat volgend jaar namelijk over naar een nieuwe leeromgeving (Canvas). Hierbij is het uitdrukkelijk het doel dat andere tools daar gemakkelijk in kunnen worden ‘opgehangen’. Vol goede moed dienden we een grassroots-aanvraag in en deze is inmiddels goedgekeurd, dus het feest kan beginnen!

 

Eerste strubbelingen

Experimenten verlopen echter vaak niet zoals verwacht. Tijdens het testen zijn we erachter gekomen dat FeedbackFruits 2.0 (FF 2.0) helaas nog niet volledig bug-vrij is. Dit zou ook bij de start van het vak waarschijnlijk niet zijn opgelost. Na constructief overleg met FeedbackFruits besluiten we daarom de ‘oude’ omgeving te gebruiken. In aanvulling hierop willen we specifieke functionaliteiten uit FF 2.0 daarin ontsluiten. Dan zouden we nog een steeds iets nieuws introduceren en direct ontdekken wat van belang is bij het integreren van een digitale tool in een ander platform.

Voor het ontsluiten van FF 2.0 hebben we technisch gezien twee mogelijkheden:

  • SURFconext-koppeling tussen de UvA en FeedbackFruits
  • Een LTI-link (internationale standaard voor Learning Tools interoperability)

Hartogh 2

Figuur 2: Via SURFconext worden op universiteiten op uniforme en veilige wijze gekoppeld aan diensten (zoals leeromgevingen)

Voor een SURFconext-koppeling is het noodzakelijk dat de SURFconext-verantwoordelijke van de UvA een aanvraag hiervoor doet bij SURF. Via wat achterdeurtjes van de UvA-burelen kom ik aan het bureau van de beste man die deze aanvragen doet. Helaas liet hij weten dat hij een dergelijke aanvraag pas doet als de UvA een officiële overeenkomst met FeedbackFruits heeft. Dit was echter nog niet het geval – het is tenslotte een experiment. In de wandelgangen vang ik wel op dat er hierover gesprekken gaande zijn tussen de UvA en FeedbackFruits. Zou dit nog op tijd zijn?

Via een belrondje langs FeedbackFruits- en UvA-contactpersonen probeer ik meer informatie te verkrijgen. Het blijkt er aan beide kanten vertrouwen is in een goede afloop, maar tegelijkertijd is het nog onduidelijk wanneer er handtekeningen worden gezet. In overleg met docent André besluit ik even af te wachten of een dergelijke overeenkomst en bijbehorende SURFconext-koppeling op tijd rond komt.

 

Wordt Vervolgd!

Blog Digital Field Data Assistent

Blog bijdrage van Erik Cammeraat over het grassrootproject Digital Field Data Assistent.

De ESRI Collector App is ideaal voor het verzamelen van veldwerk gegevens. De huidige manier van veldwerk gegevens verzamelen is door het invullen van veldwerk formulieren die dan in een kaart met een punt worden ingetekend. Deze manier van verzamelen van informatie is niet altijd even nauwkeurig en erg gevoelig voor het kwijtraken van data.

Binnen de Collector app zijn deze formulieren nu gedigitaliseerd en beschikbaar op elke smartphone die op IOS, Android of Windows draait en kunnen in het veld zonder dataverbinding worden ingevuld. Door middel van voorgeprogrammeerde invulmogelijkheden zal de informatie die verzameld wordt veel meer consistent zijn.

Hieronder een voorbeeld hoe het invullen van een formulier in zijn werk gaat:

Cammeraat 1Cammeraat 2

Screenshots van app met invulformulieren

Elk veld dat kan worden ingevuld heeft een bepaald domein met regels over wat er in kan worden gevuld. Dit kan betekenen dat er een reeks getallen kan worden ingevuld of dat er een lijst met waarden wordt gegeven.

Tevens is er de mogelijkheid bestanden en fotos toe te voegen aan het observatiepunt. Ook dit is een zeer handige toevoeging aangezien de fotos die in het veld werden gemaakt naderhand zeer slecht te koppelen waren aan de desbetreffende locaties.

Wanneer alle informatie is ingevuld wordt het veldformulier naar de server van ESRI gestuurd en kan alle verzamelde data na inloggen worden gedownload in verschillende formaten. Deze informatie kan dan verder worden geanalyseerd binnen met GIS-software.

Momenteel zijn de formulieren gedigitaliseerd en worden de handleidingen geschreven.

De werking van de app is rondom Science Park getest met een kleine testmodule en ditwordt momenteel  geïmplementeerd binnen de cursus Digital Earth II zodat de studenten alvast leren werken met de app voordat het in Spanje zal worden gebruikt binnen de cursus Soil and Landscape Degradation.

Cammeraat 3

Eerste veldtest met de collector app op Sciencepark in Februari

Cammeraat 4

Screenshot van de app met het gekarteerde volleybalveld tijdens de veldtest (paarse vierkant)

Blog MOOIS (Mobiele Open Online Interactieve Studiehandleidingen)

Update van Denise van Diermen en Pepijn Koopman, ACTA

Inleiding

In november 2016 is er een blauwdruk voor een nieuw curriculum tandheelkunde verschenen. Het plan is dat dit nieuwe curriculum per september 2017 ingevoerd gaat worden. Het huidige curriculum is nog vrij traditioneel ingericht que vorm en methode. Om de nieuwe blok- en lijn coördinatoren te helpen met het vormgeven van het nieuwe curriculum en de huidige opvattingen over onderwijsvormen, waarin meer blended learning en minder contactonderwijs centrale thema’s zijn, hebben we het plan opgevat de studiehandleidingen daar als onderlegger voor te gebruiken.

Wat is het project?

Geïnspireerd door het mobile learning initiative van het VUmc (www.mlivu.nl), waar vergelijkbare studiehandleidingen voor de gehele bacheloropleiding Geneeskunde gemaakt zijn, willen we bij de start van het nieuwe curriculum Tandheelkunde, voor alle blokken en lijnen tandheelkunde van het eerste bachelorjaar een digitale studiehandleiding opleveren. Een studiehandleiding is in dit project een combinatie van een studiewijzer met praktische informatie over het studieblok gecombineerd met inhoudelijke informatie zoals die vaak in studieklappers of –readers wordt verzameld.

Allereerst zullen de studiehandleidingen gemaakt worden door de onderwijsinhoud van de deelnemende docenten te digitaliseren. Daarnaast zal interactieve content toegevoegd worden. Student assistenten zullen hier een actieve rol in spelen, onder aansturing van de blok-of lijncoördinator. De studiehandleidingen worden gemaakt in het programma iBooks Author en gepubliceerd op de iTunes bibliotheek van de UvA als iBooks. Ze zijn daarmee vrij toegankelijk, gratis en overal te gebruiken. De handleidingen zijn ook converteren naar Epub- en PDF-formaat, zodat ze platform onafhankelijk zijn.

Hoe ver zijn we?

Pepijn Koopman van ICTO en Denise van Diermen, projectleider, hebben in een brainstormsessie een projectplan opgesteld, waarbij alle taken in een tijdschema zijn gezet. Daarbij kwamen er nog veel vragen boven, die we met Jochen Bretschneider, de projectleider van MLIVU hebben besproken. Ook zijn de eerste oriënterende gesprekken geweest met de beoogde student-assistenten.

Bij de 2-maandelijkse blok coördinator bijeenkomsten voor de bacheloropleiding hebben we een pitch gegeven over de MOOIS studiehandleidingen. We gaan starten met een pilot bij een eerstejaars blok. Lastig punt is dat nog niet alle beoogde blok coördinatoren van het nieuwe curriculum bekend zijn, zodat we de coördinatoren nog niet separaat kunnen benaderen. De competenties, die per blok aan bod moeten komen, worden nu geïnventariseerd en aan de blokken toebedeeld, de opbouw van de studiehandleidingen wordt momenteel door de opleidingsdirecteuren vastgesteld.

Volgende stap is een cursus organiseren voor de student-assistenten om de techniek te leren van het maken van de iBooks. Vervolgens gaan we met de coördinator en docenten van een nieuw blok van bachelor 1 om de tafel zitten om de content uit te zoeken die opgenomen kan gaan worden in de digitale studiehandleiding. Dat is gepland voor februari 2017.  Wordt vervolgd…..

 

JochenJochen Bretschneider beantwoordt al onze prangende vragen.

 

BrainstormEerste brainstorm over de taken van het project.

Explanimatie-script schrijven aan de hand van drie B’s

Blog van Ilja Boor over het Grassrootsprogramma Leren zelfgestuurd leren: een Explanimatie-reeks.

De eerste maandagmorgen van 2017 is voor het Explanimatie-docententeam spetterend begonnen met een workshop script schrijven. Deze motiverende workshop werd gegeven door de Explanimatoren en het hele team is nu nog beter toegerust om inspirerende explanimaties te maken.

Een explanimatie is een uitlegvideo met animatie (YouTube: https://youtu.be/jdHtna9u0b0) die één tot anderhalve minuut duurt. Met deze krachtige audiovisuele blended-learning onderwijsvorm worden complexe informatie, processen of concepten consistent en efficiënt uitgelegd. Het Grassrootsprogramma stelt het Explanimatie-docententeam in staat om een reeks explanimaties te ontwikkelen met als overkoepelend thema leren zelfgestuurd leren. Het doel is om (Psychobiologie)studenten in hun eerste jaar al bewust te maken van de kracht van zelfgestuurd leren en ze te stimuleren om zich te ontwikkelen tot zelfsturende, gemotiveerde en actieve student. En wie wil dat nou niet?

Terug naar de workshop, het valt niet mee om een script van maximaal anderhalve minuut te maken. Het hele script draait om de kernboodschap, maar hoe bepaal je die? Volgens de Explanimatoren kunnen we dit doen door in elke explanimatie uit te gaan van de drie B’s:

De eerste B, die van Behoefte

Als je een boodschap wilt communiceren die overkomt en blijft hangen, dan moet je weten wat de behoefte van de doelgroep (in dit geval de eerstejaars (Psychobiologie)student) is. Wat zijn uitdagingen waar studenten dagelijks mee te maken hebben? Bijvoorbeeld hoe kun je efficiënter studeren? In het geval van een explanimatie is het cruciaal om de relevantie in de eerste 20 seconden scherp neer te zetten, anders heb je kans dat studenten niet verder kijken.

De tweede B: de Belofte

De belofte is direct gerelateerd aan de behoefte en beantwoordt simpelweg de vraag wat je belooft aan studenten. Welk probleem ga je oplossen? Of wat ga je uitleggen? Bij voorkeur motiveert deze studenten.

En de derde B, het Bewijs

Een boodschap is niet compleet zonder bewijs. Is het aantoonbaar geloofwaardig? De meest gebruikte vormen hiervoor zijn feiten, statistieken en cijfers. In het geval van een Explanimatie kun je bewijs ook vervangen voor een actie waarmee studenten meteen aan de slag kunnen.

De vier B’s komen uit het dienstmarketingmanagement en zijn geïntroduceerd door Wouter de Vries (universitair docent aan de Vrije Universiteit, Amsterdam). Ja, je leest het goed, er blijkt een vierde B te zijn. Die staat voor Beleving. En wordt door Wouter de Vries treffend omschreven als ‘the proof of the pudding is in the eating’. Ik kan niet wachten om te zien of dit voor onze Explanimatie-reeks zelfgestuurd leren ook van toepassing is.

Nog even geduld 🙂

 

 

ilja-boor

Blog van Andries van der Ark en Niels Smits over hun Grassroot: Realistische data, perfecte feedback

Situatie in het kort

Bij het vak ontwerpmethoden leren studenten van de Interfacultaire Lerarenopleiding hoe ze een door hen zelf ontworpen lessenserie sociaal-wetenschappelijk moeten evalueren. Oefenen met het invoeren van data en het vervolgens doen van statistische analyses hoort bij de einddoelen. Vanwege het speciale karakter van een lerarenopleiding (heterogene groep studenten, veel stage, weinig onderwijs) moet de opdracht aan een aantal randvoorwaarden voldoen:

1. De in te voeren data moeten realistisch ogen. Vanwege het drukke programma en de beslommeringen bij de Ethische Commissie kunnen de data echter niet zelf verzameld worden (dat gebeurt al bij een andere cursus). Er is daarom gekozen om studenten met de hand ingevulde vragenlijstdata te sturen die ze zelf moeten invoeren en vervolgens analyseren.

2. De data-invoer en statistische analyse moet gebeuren in met algemeen toegankelijke software. Het geleerde moet later, als de studenten werkzaam zijn op een middelbare school, toegepast worden. In deze omgeving is vaak niet de statistische software aanwezig die standaard gebruikt wordt bij FMG, zoals SPSS. Er is daarom voor gekozen dat de studenten de opdracht in Excel uitvoeren.

3. Iedere student moet een andere opdracht krijgen. Omdat de studenten slechts één dag per week op de universiteit zijn, moet het een opdracht worden waar de student thuis aan kan werken. Om plagiaat te voorkomen is het wenselijk dat iedere student een andere opdracht krijgt.

4. De student moet automatische feedback krijgen op zijn of haar opdracht. Handmatig feedback geven kost bij 200 studenten per jaar vele docenturen. Er is daarom gekozen voor geautomatiseerde feedback.

Voorgestelde aanpak

Bij de opdrachten wordt uitgegaan realistische onderzoekssituatie in een middelbare schoolklas. Er is sprake van pre-test post-test onderzoek, waarbij motivatie en leerprestatie zowel voor als na een door de docent ontworpen lessenserie worden gemeten. We gaan ervan uit dat de lessenserie een positief effect heeft op zowel de motivatie als de leerprestatie. Om zulke data te verkrijgen simuleren we data. Iedere student krijgt zo een unieke dataset en daarmee een net wat andere opdracht. We berekenen voor elke dataset de goede antwoorden op de statistische analyses. Deze antwoorden kunnen gebruikt worden om de door de student gegeven antwoorden na te kijken. De dataset wordt omgezet in een serie pdf-bestanden die eruit zien als met pen-en-papier ingevulde vragenlijsten. Hiermee oogt de dataset realistisch. Immers bij het verzamelen van test en vragenlijstgegevens zit de onderzoeker ook met een stapel ingevulde papieren. De pdf-bestanden worden naar de studenten gestuurd. Iedere student heeft dan een unieke stapel met ingevulde formulieren. De studenten voeren hun data in en krijgen automatisch feedback over de mate waarin de door hun ingevoerde data overeenkomen met de oorspronkelijke gesimuleerde data. Vervolgens doen de studenten de statistische analyses en krijgen feedback op de antwoorden.

Voor het simuleren van de data gebruiken we eigen R code. Voor het omzetten van een dataset naar een serie ‘met de hand-ingevulde vragenlijsten’ gebruiken we het R-packages gplots en png. Voor het creëren van Excel-databestanden gebruiken we het R-package xlsx. Voor het versturen van de zowel de ingevulde testformulieren als de feedback aan studenten gebruiken we het R-package RDCOMClient. Studenten leveren de resultaten van de statistische analyse en Excel dataset in via Blackboard. Voor het inlezen van de datasets van de studenten gebruiken we wederom het R-package xlsx.

Waaraan momenteel wordt gewerkt

De bovenstaande stappen zijn reeds alle geprogrammeerd. Momenteel zijn we bezig met de laatste stap waarbij de analyseresultaten moeten worden nagekeken. De output van sommige Excelanalyses kan nogal bewerkelijk zijn omdat het op heel veel verschillende manieren kan worden opgeslagen; bovendien is het voor studenten vaak lastig een heel precieze format te hanteren. We denken erover om voor sommige onderdelen de studenten tevens een antwoordformulier in Blackboard in te laten vullen met vragen over de analyse. De antwoorden worden vervolgens gedownload en in R geanalyseerd.

AR-Sandbox

AR Sandbox, bijdrage van Mathijs Booden

Ik gebruik de Grassroots om een mobiele ‘Augmented Reality sandbox’ te bouwen. Een AR sandbox is een bak zand met daarboven een Kinext-camera en een beamer. De Kinect-camera registreert een driedimensionale weergave van het zandoppervlak. Een linux-programma neemt die data en maakt er een gekleurde hoogtekaart van inclusief hoogtelijnen. Door die hoogtekaart met de beamer op het zand te projecteren krijgt het zand een passend kleurtje: hoge delen in de zandbak worden rood of zelfs wit, lage delen groen of blauw.

Met de grassroots heb ik een beamer, kinectcamera en statief aangeschaft. De opstelling die daarmee te maken is heeft het voordeel dat die zeer licht is (uitgezonderd een bak met zand, maar het idee is dat die gewoonlijk op scholen aanwezig zal zijn of anders een kleine investering is). Wat echter wel blijkt is dat de ophanging aan een T-bar-statief zijn nadelen heeft: de stang waar de beamer en camera aan hangen kan vrij makkelijk een beetje draaien of kantelen, en de hele opstelling moet vrij dicht op het zandoppervlak hangen. Bij elkaar betekent dat dat het moeilijk is om het beeld van de projector precies uit te lijnen. Leerlingen die in de huidige opstelling met de bak werken moeten dus wat instructie krijgen werk in het midden en niet aan de randen, en gebruik zonodig de afstandsbediening van de beamer om het beeld een beetje naar boven of beneden te schuiven als de uitlijning niet klopt. Om dit te ondervangen ga ik het T-bar-statief vervangen door een brugstatief dat meer ruimte en stevigheid zou moeten bieden.

De opstelling is inmiddels twee keer voor educatieve doeleinden gebruikt, op het Erasmiaans Gymnasium en op de Onderwijsdag van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG).

Erasmiaans Gymnasium

Die opstelling is gebruikt door student Wiebke Gossens voor haar Ontwerponderzoek op het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam. Ontwerponderzoek is een afrondende stageopdracht waarbij een student een serie van vier lessen ontwikkelt die een bepaald didactisch probleem aanpakken en daarvan het effect onderzoekt. Wiebke heeft de bak gebruikt om te onderzoeken of werken met een AR sandbox leerlingen in de brugklas een beter begrip geeft van het verband tussen kaart en werkelijkheid. Wiebke heeft een lessenreeks ontworpen waarin leerlingen aan de slag gaan met foto’s van landschappen die ze namaken in de zandbak, om vervolgens de ontstane hoogtekaart te vergelijken met het landschap of met echte hoogtekaarten.

AR sandbox 1.png

Figuur 1 Wiebke Gossens met de AR Sandbox. Foto: Annika Huizinga

Wiebke’s resultaten zijn gemengd. Er was geen aantoonbare verbetering van de leerresultaten, maar wel een duidelijk grotere motivate voor het onderwerp en het vak. Overigens is een statistisch effect altijd lastig aan te tonen vanwege de geringe groepsgroottes waar we noodgedwongen mee werken.

KNAG Onderwijsdag 2016

De KNAG Onderwijsdag 2016 in Den Bosch was zoals elk jaar drukbezocht door aardrijkskundedocenten en professionals uit de geografie en het onderwijs. Op deze Onderwijsdag heb ik met Gotze Kalsbeek (UvA), Annika Huizinga (Erasmiaans Gymnasium) en Dustin Dijkstra (Dr. Aletta Jacobs College) een workshop verzorgd over toepassingen van virtual reality en augmented reality in het aardrijkskundeonderwijs. De workshop werd goed bezocht door 40 deelnemers die in de loop van een uur in een carrousel alle toepassingen konden uitproberen.

AR sandbox 2.png

 

Figuur 2 Ondergetekende op de KNAG

Nieuwe Grassrootronde

UVA-grassroots-banner392px.jpg

De ExpertiseGroep ICT voor onderwijs van de UvA heeft weer budget beschikbaar gesteld voor een nieuwe Grassrootronde. Vanaf nu is het mogelijk om voorstellen in te dienen via grasssroots@uva.nl. Het inschrijfformulier is te downloaden via uva.nl/grassroots.

De deadline voor het indienen van voorstellen is 27 januari 13 uur. Zet 16 februari alvast in je agenda. Als jouw idee wordt geselecteerd, zien we je graag om 15 uur op de startbijeenkomst

Virtual Reality Lectures – 6

Blog bijdrage van Sharon Klinkenberg rondom de Grassroot Virtual Reality Lectures.

Deze blog is ook gepubliceerd via www.surfspace.nl

DEFINITELY UNDERPIXELED

It’s been a while, I’ve been stuck on lecturing duties, but we finally came around to testing the PIX PRO under different lighting conditions and distances. So, as the title already reveals, 4K is not going to cut it.

Okay we didn’t go all out with a continuous lumen, screen size and distance infographic. Instead we chopped it up. Setting up our rig at different distances to the projector and turning the light on and off in these conditions. Actually, having no clue about what the amount of lumen of the beamer actually was. I suspect about 2000.

We had a screen diameter of 2.7 meters or about a hundred inches. And we set up the PIX PRO at the first row in a relatively small lecture hall. We turned off the light and moved it a row to the back.

  • Row 1: 3 meters / 9.8 feet light on / off
  • Row 2: 4.8 meters / 16 feet light on / off
  • Row 3: 6.6 meters / 21 feet light on / off
  • Row 4: 8.4 meters / 28 feet light on / off

The footage below reveals that the screen is not readable in any of the conditions. No matter the distance or the lighting. In low light the camera overexposes and even worsens the image.

mqdefault.jpg

VR distance test

View in google chrome or with VR gear.

This auto exposure left us thinking that this could be due to us suddenly turning on the light. So, at the end we also tried starting with the light turned off. This also was with no avail. Only the first-row setup in the light on condition exposed some visible sentences but even then, the quality was way below acceptable.

It is safe to conclude that VR lecture recordings in 4K is a no-go if the goal is to also record the beamer and subsequently the laser pointer. Our initial complaint about the current lecture tech was the inability to see where the lecturer wants the students to focus their attention while watching the footage. Recording in VR does not seem to be the solution.

So, where do we go from here? Our tests did reveal that watching a lecture from the first-person perspective really gives a sense of immersion. You really feel as if you are in the lecture hall. We will therefore record part of an upcoming lecture which is a debate on Bayesian vs Frequentist statistics. No beamers needed there. We also recognize the potential for short instructional videos from a first-person perspective.

mqdefault.jpg

Laser tracking using a webcam

Laser tracking, using a red dot laser pointer and a webcam.

If you think we will drop our attempts to capture the laser pointer, you’re wrong. We have two options here. One is of course the obvious one. Don’t record in VR but with a normal camera, but at an angle which also captures the beamer presentation. The other one though is quite cooler. What about capturing the laser pointer with an infrared camera and mapping its position to the beamer recording stream. But we will save that one for a later project. For now, you can look forward to our final post in which we will present you with some actual lecture recordings.

Still need to read up on our previous posts? You can find them all right here.