Online Academisch leren lezen

Blog van Guusje Smit over de Grassroot Online Academisch leren lezen

De pre-master van Information studies bestaat uit 5 online cursussen in Blackboard, waaronder de cursus Academic Skills. Aankomende studenten moeten deze cursussen volgen om toe gelaten te worden tot de Master Information Studies. Deze cursussen kunnen de pre-master studenten zelfstandig doorlopen en worden ondersteund door een moderator.

In Academic skills zit een onderdeel academisch lezen en schrijven. Een aantal jaar geleden is gekeken om het onderdeel lezen van primaire literatuur (wetenschappelijke artikelen)  meer aandacht te geven in de cursus. Er is toen gesproken met Edwin van Lacum, die toen net zijn proefschrift had verdedigd: “Reading primary literature : introducing undergraduate life science students to the rhetorical structure of research articles”. De moderator van Academic Skills, Loek Stolwijk, heeft de theorie overgenomen in zijn presentatie en oefeningen.

 

Een online module

In mijn Grassroots project zijn we een online module academisch lezen aan het ontwikkelen, waarin studenten het lezen van primaire literatuur leren. In de cursus van 7 weken is tijd die studenten hebben voor het leren van nieuwe vaardighedenschaars. Het ontwikkelen van een online module voor academisch lezen, waarbij de student zelfstandig aan de slag gaat en gemotiveerd wordt tijdens het maken van de verschillende opdrachten, is in Blended learning essentieel.

 

De module wordt ontwikkeld  in Articulate Storyline 2 en zal worden opgenomen in de digitale leeromgeving. Het ontwerp van de module is gebaseerd op het onderzoek naar het gebruik van argumentatiemodellen voor het lezen van primaire literatuur van Edwin van Lacum zijn.

 

Articulate Storyline

De Grassroots subsidie is gebruikt voor een training Articulate storyline 2, basisvaardigheden en expert training.  Het is een makkelijk programma om te leren, vergelijkbaar met Powerpoint, maar dan met meer functionaliteiten.

blog plaatje 1-overzicht

Structuur module in Articulate storyline 2

 

In Articulate Storyline 2 is de structuur van de online module heel overzichtelijk en het is meteen duidelijk hoe de module er uit ziet. De content kan makkelijk aangepast worden en (multiple choice) vragen kunnen eenvoudig gecreëerd worden. Een interactieve startpagina zijn elementen die de module iets ‘extra’s’ geven en daarom ook leuker maken.

 

Een nadeel van het programma is dat je een licentie moet hebben om de module aan te passen. Daardoor wordt het minder flexibel voor een docent.

De volgende stap is om het verhaal van de docenten erbij te voegen, door middel van een audio opname.

Blog Derivatives: strategies in action

Blog bijdrage van Dr Philippe Versijp over het grassrootproject Derivatives: strategies in action

Keuzes, keuzes, keuzes

De productie van webcasts, en inbedding daarvan in het onderwijs, is geen ‘rocket science’. Het is de kern van de grassroot “Derivatives: strategies in action”, maar ook voor deze grassroot deed ik dit al, de nodige jaren zelfs. Die ervaring neemt niet weg dat het iedere keer een kwestie blijft van keuzes maken: wat is de beste oplossing voor dit vak? Voor deze studenten? Met deze set van restricties? In dit blog hoop ik een deel van dat proces wat explicieter te maken, ten bate van collega’s die tegen vergelijkbare vraagstukken aan (gaan) lopen.

Keuze 1: niveau

Een van de aanleidingen voor het project was een verschil in voorkennis bij studenten. De basis van de materie die in mijn deel van het vak behandeld wordt, is eigenlijk al eens eerder aan de studenten voorgeschoteld, in de marge van een ander vak. Op die basis bouwen we dan verder. Maar zoals wel vaker gebeurd: die voorkennis blijft niet altijd hangen, en als het geen hoofdonderdeel van een eerder vak is, kan het een ondergeschoven kindje worden. Niet bij iedereen, maar met bijna 500 studenten is zelfs een niet zo groot percentage al een groep waarvoor het loont moeite te doen.
Ook speelt interesse een rol; derivaten is typisch een onderwerp wat fascineert, of al gauw een ver-van-mijn-bed-show is.  Normaliter zit een docent in zo’n geval met de handen in het haar: te snel te diep de materie induiken leidt tot vele afhakers onder de studenten die toch al weinig affiniteit met het onderwerp hadden; te langzaam en er ontstaat terecht gemor dat er weinig toegevoegde waarde is. Bovendien hebben we einddoelen, en ook die moeten gehaald worden.

De originele insteek was om de webcasts vooral te richten op de basis, ter ondersteuning van wat zwakkere / minder voorbereide student. Door in een filmpje een vrij basaal concept als put-call-parity uit te werken, kan op college dat sneller afgedaan worden.
Tijdens de productie merkte ik echter dat het nog niet zo makkelijk is om de zaken eenvoudig te houden. Ook een simpele combinatie van twee opties kan juist om complexe redenen gemaakt worden. Bij nader inzien was dit ook helemaal geen ramp; immers, ook de sterkere studenten doen er goed aan de webcasts te bekijken, en dat zullen ze alleen doen als er voor hen ook wat te halen valt. Combineren is dus zo gek nog niet! Zo lang het maar geen middelmaat wordt, want dan gaan we aan de oorspronkelijke doelstelling voorbij. De uiteindelijke keuze is dan ook geworden dat er 6 webcasts zijn gemaakt die vrij basaal zijn ingezet (niet per se makkelijk, maar ‘basaal’ als in ‘gericht op de basis’) en dus ook zonder al te veel parate voorkennis te volgen zijn, en één voor een gevorderd onderwerp, maar dat alle 7 een paar elementen bevatten die juist een brug maken naar de andere doelgroep.

Keuze 2: techniek

Of moet ik zeggen: de keuze tussen schoonheid of utiliteit? Feit is dat een geluids- of beeldkwaliteit die een jaar of 5 geleden prima leek, nu toch wat bedenkelijk overkomt. Jan-en-alleman vlogt inmiddels waardoor het een simpel trucje lijkt, maar de beeldvorming wordt vooral bepaald door de kleine minderheid die dit zeer serieus en – zo vermoed ik althans – met forse inzet van middelen aanpakt. De keuze is dan ook hoeveel tijd en energie je als docent in de techniek wilt steken.

Om een voorbeeld te noemen: geluidskwaliteit is van groot belang, en er zijn verschillende manieren om die goed te krijgen. De meest drastische oplossing is met een studio te werken. Ideaal om omgevingsgeluid te voorkomen, wellicht met iemand direct aan de knoppen, maar een stuk minder flexibel (moet gepland worden, om te beginnen). Makkelijker is het om achteraf de ergste zaken te verhelpen: slechte stukjes weggooien, en Camtasia heeft bijvoorbeeld algoritmes die structureel omgevingslawaai uit je opname halen; ICTO had nog wat krachtigere varianten daarvan.

Of nog een: Derivaten strategiën zijn bij uitstek geschikt voor screencasts omdat de elementen als LEGO-blokjes opgebouwd kunnen worden. Dat kan natuurlijk in volledig 3D, met leuke effecten. Een collega had bij een presentatie zelfs een HTML-gebaseerd project dat er best bruikbaar uitzag. Aan de andere kant, zelfs dan kost het de nodige uren dat op te zetten, je de software eigen te maken en de juiste elementen te programmeren, etc. etc. Hoewel visueel niet heel spannend, kan je met het simpele Powerpoint ook een heel eind komen als je lijnen en vlakken wilt stapelen.

Uiteindelijk worden dit soort keuzes vaak voor je gemaakt (zie ook keuze 3). Een webcast die de boodschap overbrengt en waarbij de productiekwaliteit niet afleidt van die boodschap is effectiever dan geen webcast. De keuze is dus meer wat binnen de tijd en de technische mogelijkheden haalbaar is. Dus in dit geval toch Powerpoint, geen studio, maar wel beide sets algoritmes. Het doel is niet de koning van Youtube te worden, maar een bestaand vak te verbeteren. Wel nu, dat is gebeurd. Een degelijke webcast die naar de studenten gaat is beter dan een uitmuntende die nooit af is.

Keuze 3: tijdspad

Deze grassroot was bedoeld als een snel project. Het vak waarvoor de webcasts bedoeld zijn, werd immers al in april/mei gegeven. Dat was een duidelijke deadline, en hoewel een grassroot-grant wat tijd vrijspeelt, bleef die tijdsdruk. De meeste webcasts zijn op tijd af en op Blackboard gezet, maar de bekroning, een (of twee) webcasts die ook een opgave met een complexe strategie uitwerkt, is er bij in geschoten. Die zal na de zomer alsnog worden gemaakt; in november is er een vak voor een ander programma, maar met sterk overlappende inhoud.

Het grote voordeel van webcasts is dat ze ook individueel nuttig en bruikbaar moeten zijn. De studenten kregen niet alles waarop ik gehoopt had, maar wel veel materiaal met meerwaarde. Dat kan prima bij een volgende gelegenheid aangevuld worden. Een keuze voor uitstel, maar geen afstel dus.

Wordt vervolgd.

FNWI-videostudio

Blog bijdrage van Martijn Stegeman en Julian Jansen

FNWI Studio

Van februari 2016 t/m januari 2017 is bij de FNWI gewerkt aan het inrichten van een kleinschalige videostudio waar docenten en studenten opnames kunnen maken in het kader van het onderwijs. Het aspect van laagdrempeligheid was een belangrijk doel. De studio  is opgebouwd in een bestaande collegezaal, die in ca. 15 minuten om te bouwen is van opstelling “werkcollege” naar opstelling “studio” en andersom. Daarnaast is het lokaal in collegejaar 2016–2017 op maandagen en dinsdagen gereserveerd voor studiogebruik. In de loop van het grassrootsprogramma hebben diverse docenten en studenten geëxperimenteerd met onderwijsvideo’s en heeft het studioteam een aantal producties op locatie gemaakt en ondersteund. Voor de toekomst is het advies om de studio een (bescheiden) eigen ruimte te geven, zodat deze op elk moment beschikbaar is voor docenten en studenten. Daarnaast lijkt het wel noodzakelijk om de doelgroep met name technische ondersteuning te bieden, omdat veel docenten die video’s willen maken nog niet erg ervaren zijn met de apparatuur. Aan de andere kant is het juist ook moeilijk om docenten van hun perfectionisme af te helpen: een keer een video opnemen is belangrijker dan het meteen goed doen, anders komt het er niet van!

Blog Fruitfull Learning

Bijdrage van Corneel den Hartogh over zijn Grassroot project Fruitful Learning

De aanloop

Doel van het vak ‘Innovation & Design Thinking’ is om studenten de mindset en vaardigheden te leren die nodig zijn om innovatief te kunnen werken in een dynamische context. Het vak zit aan het eind van de masteropleiding Information Studies, en richt zich daarom op het zogenaamde higher order learning (op basis van de welbekende taxonomie van Bloom: evaluatie en synthese).

Om dit te faciliteren hebben we (docent André en ik, student-assistent Corneel) vorig jaar met ondersteuning van eigen faculteit FeedbackFruits ingezet. Dit is een digitale leeromgeving waarin studenten laagdrempelig kunnen reageren op bestanden. Vervolgens verschijnt hun reactie in dezelfde view als het oorspronkelijke bestand (zie Figuur 1). Hierdoor wordt de lesstof op een interactieve manier verwerkt wat het leerproces van een individuele student en het leren in een groep aanzienlijk kan verbeteren. In aanvulling hierop zullen studenten wekelijks een learning journal schrijven en feedback geven op elkaars journal. Dit gaat via hetzelfde mechanisme. Het resultaat was een bruisende leeromgeving tot grote tevredenheid van staf, studenten en FeedbackFruits zelf.

Hartogh 1

Figuur 1: Een specifiek zin van een document wordt geselecteerd in FeedbackFruits en de opmerking daarover verschijnt direct naast de geselecteerde zin.

Toen we hoorden dat FeedbackFruits een nieuw, modulair platform ontwikkelde, wilden we dit dus graag uitproberen. Naast de directe voordelen voor het onderwijs, is het testen met modulaire tools ook in breder perspectief belangrijk. De UvA gaat volgend jaar namelijk over naar een nieuwe leeromgeving (Canvas). Hierbij is het uitdrukkelijk het doel dat andere tools daar gemakkelijk in kunnen worden ‘opgehangen’. Vol goede moed dienden we een grassroots-aanvraag in en deze is inmiddels goedgekeurd, dus het feest kan beginnen!

 

Eerste strubbelingen

Experimenten verlopen echter vaak niet zoals verwacht. Tijdens het testen zijn we erachter gekomen dat FeedbackFruits 2.0 (FF 2.0) helaas nog niet volledig bug-vrij is. Dit zou ook bij de start van het vak waarschijnlijk niet zijn opgelost. Na constructief overleg met FeedbackFruits besluiten we daarom de ‘oude’ omgeving te gebruiken. In aanvulling hierop willen we specifieke functionaliteiten uit FF 2.0 daarin ontsluiten. Dan zouden we nog een steeds iets nieuws introduceren en direct ontdekken wat van belang is bij het integreren van een digitale tool in een ander platform.

Voor het ontsluiten van FF 2.0 hebben we technisch gezien twee mogelijkheden:

  • SURFconext-koppeling tussen de UvA en FeedbackFruits
  • Een LTI-link (internationale standaard voor Learning Tools interoperability)

Hartogh 2

Figuur 2: Via SURFconext worden op universiteiten op uniforme en veilige wijze gekoppeld aan diensten (zoals leeromgevingen)

Voor een SURFconext-koppeling is het noodzakelijk dat de SURFconext-verantwoordelijke van de UvA een aanvraag hiervoor doet bij SURF. Via wat achterdeurtjes van de UvA-burelen kom ik aan het bureau van de beste man die deze aanvragen doet. Helaas liet hij weten dat hij een dergelijke aanvraag pas doet als de UvA een officiële overeenkomst met FeedbackFruits heeft. Dit was echter nog niet het geval – het is tenslotte een experiment. In de wandelgangen vang ik wel op dat er hierover gesprekken gaande zijn tussen de UvA en FeedbackFruits. Zou dit nog op tijd zijn?

Via een belrondje langs FeedbackFruits- en UvA-contactpersonen probeer ik meer informatie te verkrijgen. Het blijkt er aan beide kanten vertrouwen is in een goede afloop, maar tegelijkertijd is het nog onduidelijk wanneer er handtekeningen worden gezet. In overleg met docent André besluit ik even af te wachten of een dergelijke overeenkomst en bijbehorende SURFconext-koppeling op tijd rond komt.

 

Wordt Vervolgd!

Blog Digital Field Data Assistent

Blog bijdrage van Erik Cammeraat over het grassrootproject Digital Field Data Assistent.

De ESRI Collector App is ideaal voor het verzamelen van veldwerk gegevens. De huidige manier van veldwerk gegevens verzamelen is door het invullen van veldwerk formulieren die dan in een kaart met een punt worden ingetekend. Deze manier van verzamelen van informatie is niet altijd even nauwkeurig en erg gevoelig voor het kwijtraken van data.

Binnen de Collector app zijn deze formulieren nu gedigitaliseerd en beschikbaar op elke smartphone die op IOS, Android of Windows draait en kunnen in het veld zonder dataverbinding worden ingevuld. Door middel van voorgeprogrammeerde invulmogelijkheden zal de informatie die verzameld wordt veel meer consistent zijn.

Hieronder een voorbeeld hoe het invullen van een formulier in zijn werk gaat:

Cammeraat 1Cammeraat 2

Screenshots van app met invulformulieren

Elk veld dat kan worden ingevuld heeft een bepaald domein met regels over wat er in kan worden gevuld. Dit kan betekenen dat er een reeks getallen kan worden ingevuld of dat er een lijst met waarden wordt gegeven.

Tevens is er de mogelijkheid bestanden en fotos toe te voegen aan het observatiepunt. Ook dit is een zeer handige toevoeging aangezien de fotos die in het veld werden gemaakt naderhand zeer slecht te koppelen waren aan de desbetreffende locaties.

Wanneer alle informatie is ingevuld wordt het veldformulier naar de server van ESRI gestuurd en kan alle verzamelde data na inloggen worden gedownload in verschillende formaten. Deze informatie kan dan verder worden geanalyseerd binnen met GIS-software.

Momenteel zijn de formulieren gedigitaliseerd en worden de handleidingen geschreven.

De werking van de app is rondom Science Park getest met een kleine testmodule en ditwordt momenteel  geïmplementeerd binnen de cursus Digital Earth II zodat de studenten alvast leren werken met de app voordat het in Spanje zal worden gebruikt binnen de cursus Soil and Landscape Degradation.

Cammeraat 3

Eerste veldtest met de collector app op Sciencepark in Februari

Cammeraat 4

Screenshot van de app met het gekarteerde volleybalveld tijdens de veldtest (paarse vierkant)

Afsluitende blog-bijdrage ‘Virtual Reality Lectures’ door Sharon Klinkenberg

Dit project beoogde de kwaliteit van college registratie te verhogen en studenten een VR omgeving te bieden om de colleges terug te kijken. Het voornaamste doel was om de laser pointer in beeld te krijgen en bewegend materiaal op de beamer zichtbaar te maken. Over alle vorderingen is een blog bijgehouden op SURFspace.nl waar alle details van dit project terug te vinden zijn.

Geconcludeerd moet worden dat de opnames in 4K het nog steeds niet mogelijk maken om te lezen wat er op de beamer staat en dat de laser pointer niet te zien is. Wel voelt het met een google cardboard op je neus alsof je daadwerkelijk in de college banken zit. Maar ook hier is de beeldkwaliteit sterk afhankelijk van de resolutie van de gebruikte smartphone. Het is nog even wachten op de ervaringen van studenten met de VR opname maar ook die resultaten zullen op SURFspace.nl beschikbaar gemaakt worden.

Blog MOOIS (Mobiele Open Online Interactieve Studiehandleidingen)

Update van Denise van Diermen en Pepijn Koopman, ACTA

Inleiding

In november 2016 is er een blauwdruk voor een nieuw curriculum tandheelkunde verschenen. Het plan is dat dit nieuwe curriculum per september 2017 ingevoerd gaat worden. Het huidige curriculum is nog vrij traditioneel ingericht que vorm en methode. Om de nieuwe blok- en lijn coördinatoren te helpen met het vormgeven van het nieuwe curriculum en de huidige opvattingen over onderwijsvormen, waarin meer blended learning en minder contactonderwijs centrale thema’s zijn, hebben we het plan opgevat de studiehandleidingen daar als onderlegger voor te gebruiken.

Wat is het project?

Geïnspireerd door het mobile learning initiative van het VUmc (www.mlivu.nl), waar vergelijkbare studiehandleidingen voor de gehele bacheloropleiding Geneeskunde gemaakt zijn, willen we bij de start van het nieuwe curriculum Tandheelkunde, voor alle blokken en lijnen tandheelkunde van het eerste bachelorjaar een digitale studiehandleiding opleveren. Een studiehandleiding is in dit project een combinatie van een studiewijzer met praktische informatie over het studieblok gecombineerd met inhoudelijke informatie zoals die vaak in studieklappers of –readers wordt verzameld.

Allereerst zullen de studiehandleidingen gemaakt worden door de onderwijsinhoud van de deelnemende docenten te digitaliseren. Daarnaast zal interactieve content toegevoegd worden. Student assistenten zullen hier een actieve rol in spelen, onder aansturing van de blok-of lijncoördinator. De studiehandleidingen worden gemaakt in het programma iBooks Author en gepubliceerd op de iTunes bibliotheek van de UvA als iBooks. Ze zijn daarmee vrij toegankelijk, gratis en overal te gebruiken. De handleidingen zijn ook converteren naar Epub- en PDF-formaat, zodat ze platform onafhankelijk zijn.

Hoe ver zijn we?

Pepijn Koopman van ICTO en Denise van Diermen, projectleider, hebben in een brainstormsessie een projectplan opgesteld, waarbij alle taken in een tijdschema zijn gezet. Daarbij kwamen er nog veel vragen boven, die we met Jochen Bretschneider, de projectleider van MLIVU hebben besproken. Ook zijn de eerste oriënterende gesprekken geweest met de beoogde student-assistenten.

Bij de 2-maandelijkse blok coördinator bijeenkomsten voor de bacheloropleiding hebben we een pitch gegeven over de MOOIS studiehandleidingen. We gaan starten met een pilot bij een eerstejaars blok. Lastig punt is dat nog niet alle beoogde blok coördinatoren van het nieuwe curriculum bekend zijn, zodat we de coördinatoren nog niet separaat kunnen benaderen. De competenties, die per blok aan bod moeten komen, worden nu geïnventariseerd en aan de blokken toebedeeld, de opbouw van de studiehandleidingen wordt momenteel door de opleidingsdirecteuren vastgesteld.

Volgende stap is een cursus organiseren voor de student-assistenten om de techniek te leren van het maken van de iBooks. Vervolgens gaan we met de coördinator en docenten van een nieuw blok van bachelor 1 om de tafel zitten om de content uit te zoeken die opgenomen kan gaan worden in de digitale studiehandleiding. Dat is gepland voor februari 2017.  Wordt vervolgd…..

 

JochenJochen Bretschneider beantwoordt al onze prangende vragen.

 

BrainstormEerste brainstorm over de taken van het project.

Afsluitend blog ‘Digitale selectiemodule ten behoeve van de Matching en de voorlichting’

Een blogbijdrage van: José Plug en Jean Wagemans

Behoefte

In de huidige Matching voor de BA-opleidingen Taal en communicatie en Nederlandse Taal en cultuur wordt slechts een beperkt onderdeel van het vakgebied onder de aandacht gebracht middels een hoorcollege, een werkcollege en een toets. Het is wenselijk om deze toetsing niet alleen betrekking te laten hebben op de stof die ter plekke is uitgelegd, maar deze zodanig uit te breiden dat de pre-theoretische kennis en motivatie voor het vakgebied breder wordt getoetst en de aankomend studenten derhalve een representatiever beeld krijgen van de inhoud en het niveau van de studie. Deze tekortkoming is niet alleen gesignaleerd door de bij de Matching betrokken docenten, maar is ook door de studenten zelf in de evaluatie van de Matching naar voren gebracht.

Het voorlichtingsmateriaal en de selectieprocedure voor de MA-opleidingen RMA Rhetoric, Argumentation, and Philosophy, DUMA Discourse and Argumentation Studies en DUMA Tekst en communicatie omvat op dit moment geen toets. Het is, mede gezien het bewaken en verbeteren van het rendement van deze (en andere) (R)MA opleidingen, wenselijk om een dergelijke toets te ontwikkelen. Een dergelijke toets is bovendien zeer bruikbaar voor studenten uit het buitenland, die meestal niet in de gelegenheid zijn de voorlichtingsrondes bij te wonen.

Doel

Dit Grassrootsproject beoogt te voorzien in een digitale selectiemodule die ingezet kan worden bij de Matching en de voorlichting- en selectieprocedures van de genoemde opleidingen. De module maakt het mogelijk de aankomend studenten uitgebreid te toetsen op hun pre-theoretische kennis en vaardigheden op het relevante vakgebied. Daarmee worden de studenten in staat gesteld om beter na te gaan of zij de juiste studiekeuze hebben gemaakt en worden de opleidingscoördinatoren in staat gesteld een nauwkeuriger beeld te krijgen van de capaciteiten en motivatie van aankomende studenten.

Methode

De digitale selectiemodule is, onder begeleiding van docenten, ontwikkeld door MA-studenten van in het kader van het vak Argumentative Practices 2: Profession and society. De studenten hebben onderzoek uitgevoerd  naar de wijze waarop ICT voor onderwijs op het terrein van argumentatie en retorica is ingezet in vorige Grassrootsprojecten. Op basis van dat onderzoek en het bestuderen van (onderzoeks)literatuur over het populariseren van academische kennis zetten zij onder begeleiding van de docenten de volgende stappen:

– verzamelen van geschikt tekstmateriaal

– aanpassen van het tekstmateriaal (en geschikt maken voor het digitaal aanbieden ervan)

– vragen en feedback ontwikkelen

– pre-testen van het materiaal: intern en extern bij doelgroep (in dit geval leerlingen van het Vellesancollege in IJmuiden)

– aanpassen materiaal op basis van testresultaten

De module is vervolgens geëvalueerd door een panel van deskundige docenten en op basis van deze evaluatie verder aangepast. Vervolgens is de module als pilot gedraaid onder aankomende studenten (testen van de gebruikersvriendelijkheid van de module en de aantrekkelijkheid van het materiaal) en verder aangepast.

Resultaat

De NL versie van de toets is gepubliceerd op de voorlichtingspagina van de Bachelor Taal en communicatie (doorverwijzing ‘Doe de quiz’ onder de afbeelding op  http://www.uva.nl/onderwijs/bachelor/bacheloropleidingen/content/taal-en-communicatie/taal-en-communicatie.html) en kan ook rechtstreeks bereikt worden via http://www.tar.humanities.uva.nl/

Explanimatie-script schrijven aan de hand van drie B’s

Blog van Ilja Boor over het Grassrootsprogramma Leren zelfgestuurd leren: een Explanimatie-reeks.

De eerste maandagmorgen van 2017 is voor het Explanimatie-docententeam spetterend begonnen met een workshop script schrijven. Deze motiverende workshop werd gegeven door de Explanimatoren en het hele team is nu nog beter toegerust om inspirerende explanimaties te maken.

Een explanimatie is een uitlegvideo met animatie (YouTube: https://youtu.be/jdHtna9u0b0) die één tot anderhalve minuut duurt. Met deze krachtige audiovisuele blended-learning onderwijsvorm worden complexe informatie, processen of concepten consistent en efficiënt uitgelegd. Het Grassrootsprogramma stelt het Explanimatie-docententeam in staat om een reeks explanimaties te ontwikkelen met als overkoepelend thema leren zelfgestuurd leren. Het doel is om (Psychobiologie)studenten in hun eerste jaar al bewust te maken van de kracht van zelfgestuurd leren en ze te stimuleren om zich te ontwikkelen tot zelfsturende, gemotiveerde en actieve student. En wie wil dat nou niet?

Terug naar de workshop, het valt niet mee om een script van maximaal anderhalve minuut te maken. Het hele script draait om de kernboodschap, maar hoe bepaal je die? Volgens de Explanimatoren kunnen we dit doen door in elke explanimatie uit te gaan van de drie B’s:

De eerste B, die van Behoefte

Als je een boodschap wilt communiceren die overkomt en blijft hangen, dan moet je weten wat de behoefte van de doelgroep (in dit geval de eerstejaars (Psychobiologie)student) is. Wat zijn uitdagingen waar studenten dagelijks mee te maken hebben? Bijvoorbeeld hoe kun je efficiënter studeren? In het geval van een explanimatie is het cruciaal om de relevantie in de eerste 20 seconden scherp neer te zetten, anders heb je kans dat studenten niet verder kijken.

De tweede B: de Belofte

De belofte is direct gerelateerd aan de behoefte en beantwoordt simpelweg de vraag wat je belooft aan studenten. Welk probleem ga je oplossen? Of wat ga je uitleggen? Bij voorkeur motiveert deze studenten.

En de derde B, het Bewijs

Een boodschap is niet compleet zonder bewijs. Is het aantoonbaar geloofwaardig? De meest gebruikte vormen hiervoor zijn feiten, statistieken en cijfers. In het geval van een Explanimatie kun je bewijs ook vervangen voor een actie waarmee studenten meteen aan de slag kunnen.

De vier B’s komen uit het dienstmarketingmanagement en zijn geïntroduceerd door Wouter de Vries (universitair docent aan de Vrije Universiteit, Amsterdam). Ja, je leest het goed, er blijkt een vierde B te zijn. Die staat voor Beleving. En wordt door Wouter de Vries treffend omschreven als ‘the proof of the pudding is in the eating’. Ik kan niet wachten om te zien of dit voor onze Explanimatie-reeks zelfgestuurd leren ook van toepassing is.

Nog even geduld 🙂

 

 

ilja-boor