Verslag Feedbackfruits bijeenkomst

Op woensdag 7 juni organiseerde het Center for Innovation for Learning en Teaching (CILT) en de expertisegroep onderwijs UvA (IRS, EGOW) een informatiebijeenkomst over Feedbackfruits. Een nieuwe online onderwijs omgeving die onlangs door de UvA is aangeschaft.

Etienne Verheijck stond in het openingswoord stil bij de recente ontwikkelingen van CILT. De plannen voor een structurele inbedding van Blended Learning bij de faculteiten krijgen duidelijk meer vorm.  Strategische keuzes voor onderwijsinnovatie moeten nu worden gemaakt om de uitdagingen waar de UvA voor staat in het onderwijs op te pakken. Technologie an sich is geen oplossing, het is de samenwerking waar technologie en onderwijs elkaar ontmoeten die noodzakelijk is om duurzame innovaties te realiseren.

Jan Hein Gooszens nam de aanwezigen mee in de mogelijkheden van Feedbackfruits. Na een korte introductie over Feedbackfruits nam hij het publiek hands on mee in de mogelijkheden van enkele tools in de Feedbackfruits omgeving.

Feedbackfruits is een jonge Nederlandse onderneming (2013) die in korte tijd een behoorlijke naam heeft gemaakt als ontwikkelaar van innovatieve ICT-oplossingen in het onderwijs. Het biedt een innovatie e-learning omgeving die in gebruik is bij de FEB en de FdR. Ook andere faculteiten hebben interesse om experimenten en pilots te starten. Feedbackfruits is een goede aanvulling op de bestaande onderwijsomgevingen en biedt mogelijkheden om te integreren met de huidige leeromgeving Blackboard en de nieuwe leeromgeving Canvas Instructure.

Hun product is geen alternatief voor de grote campusbrede leeromgevingen maar biedt zinvolle uitbreidingen op het bestaande pakket aan functionaliteiten. Het is een exemplarisch voorbeeld van een schil tool in de opzet zoals beschreven in de nieuwe DLO visie van de UvA. Zij spreken over onderwijsplug-ins die elk afzonderlijk naar behoefte kunnen worden ingezet in het onderwijs via de bestaande leeromgeving. De Onderwijsplug-ins die kunnen worden toegepast zijn ( de links geven toegang tot korte instructiefilmpjes):

Corneel den Hartogh (FNWI) en Rik Jager (FdR) gingen in hun presentaties expliciet in op de ervaringen met Feedbackbackfruits in de onderwijspraktijk bij de UvA. Bij de FNWI heeft men ervaring opgedaan met oudere versie van Feedbackfruits. Corneel heeft hierover een aardige blogpost geschreven: Blog Fruitfull Learning Rik (FdR) stond in zijn verhaal stil bij de (on-)mogelijkheden om studenten te verleiden om actief deel te nemen aan het onderwijs door gebruik te maken van de peer feedback mogelijkheden. Daarnaast gaf Rik een inzicht in de samenwerking met Feedbackfruits en gaf het publiek mee dat Feedbackfruits snel inspeelt op wensen en ervaringen uit het veld. Tot slot van de bijeenkomst liet Frank Benneker zien hoe je in de UvA Blackboard omgeving gebruik kan maken van de Feedbackfruits integratie.

Bronnen:

 

 

UvA Onderwijs & Onderzoek in 2020

Een online magazine is geheel gewijd aan de toekomst met ICT bij de HvA en UvA. Het is bedoeld om een beeld te geven hoe het onderwijs en onderzoek in 2020 eruit zouden kunnen zien en welke trends en ontwikkelingen hierbij belangrijk zijn. Dit doen we aan de hand van interviews, video’s en artikelen. We hopen je hiermee te inspireren om samen met ons vorm te geven aan de ICT van de toekomst bij de HvA en UvA.

Aan enkele studenten, docenten, medewerkers en onderzoekers hebben wij de vraag voorgelegd wat zij graag gerealiseerd zien op ICT-gebied in 2020. Wat vinden zij belangrijk en waar hopen ze op? Bekijk hun reacties in de video’s in dit online magazine

http://ictmagazine.uva.nl/toekomst-ict#

Studeren in de toekomst

Educause heeft een leuke animatie gepubliceerd over studeren in de toekomst. In dit filmpje zijn curriculum vernieuwing, leren op maat en nieuw technologieën ontwikkelingen in het onderwijs die samen optrekken. Deze visie op de toekomst staat ook stil bij de uitdagingen van privacy en security. Wat het beeld in mijn ogen sterk maakt is dat de menselijke maat en het menselijke oordeelsvermogen een integraal onderdeel dienen te zijn van de nieuwe ontwikkelingen.

Het NMC Horizon 2017 HO trendrapport

Het NMC Horizon 2017 trendrapport voor het Hoger Onderwijs is verschenen.NMC publiceert ism Educause elk jaar verschillende trend rapportages, ook elk jaar één over de ontwikkelingen in het hoger onderwijs.Via deze link: http://cdn.nmc.org/media/2017-nmc-horizon-report-he-EN.pdf  is het rapport van dit jaar in te zien.

Het rapport is opgebouwd rond drie centrale thema’s:

  • Ontwikkelingen die het gebruik en adoptie van technologie in het hoger onderwijs versnellen
  • Uitdagingen die het HO oppakken voor een succesvolle implementatie ICT oplossingen in het HO
  • Technologische trends die komende jaren in het onderwijs een rol gaan spelen.

Elk van de thema’s is opgebouwd uit een drietal perspectieven die de basis thema’s verder in onderwerp en tijd uitwerken.

Op pagina 3 van het rapport worden in een infogram de essentie van de gesignaleerde trends weergegeven. Op pagina 4 en 5 wordt teruggekeken naar de trendrapport vanaf 2012. In de grafiek op deze pagina’s wordt inzichtelijk welke trends over meerdere jaren een rol hebben gespeeld in het HO en welke trends snel kwamen en weer van radar verdwenen.

Voor diegene die wat dieper in de materie willen duiken en lezen hoe het onderzoek en beoordelingen die ten grondslag liggen aan dit rapport is de bijbehorende wiki interessant: http://horizon.wiki.nmc.org/

5 manieren waarop de Open Onderwijs API kan worden ingezet voor learning analytics

Excerpt blogpost Tom Kuipers op de innovatieblog van SURF

“Kan de Open Onderwijs API (OOAPI) worden uitgebreid met gegevens voor learning analytics? Die vraag stelde SURFnet aan Tom Kuipers, ontwikkelaar afdeling Onderwijs en Onderzoek, ICT Services van de UvA. Hij ontdekte 5 manieren waarop de OOAPI van dienst kan zijn voor learning analytics.

De Open Onderwijs API is een standaard voor het delen van onderwijsdata. Met behulp van de OOAPI kunnen gegevens zoals cijfers en roosters makkelijk worden ontsloten in bijvoorbeeld een studentenapp. Vanuit het project Learning Analytics, onderdeel van het innovatieprogrammaOnderwijs op maat, kwam het verzoek om te bekijken hoe de Open Onderwijs API kan worden uitgebreid met learning analytics gegevens. Gegevens over studievoortgang zouden daarmee onderdeel kunnen worden van apps.”

https://blog.surf.nl/5-manieren-waarop-de-open-onderwijs-api-kan-worden-ingezet-voor-learning-analytics/

 

 

 

van het Krijt- naar Tablet-tijdperk

een bijdrage van: Marcel Vreeswijk

Dit project is een vervolg op het ‘kracht van krijtloos’ waar we twee jaar geleden een begin hebben gemaakt met college geven d.m.v. tekentablets (Wacom) op het Science Park in de exacte vakken. In dit vervolgproject zijn modernere tablets gebruikt, met wireless mogelijkheid met als extraatje om twee beamers in de collegezaal te gebruiken.

11 november 2015 lanceerde Apple de Ipad-Pro met een drukgevoelig groot scherm. De bijbehorende pen kon niet meteen worden geleverd, maar het wachten werd beloond: de IpadPro lijkt vele generaties verder dan de  machines van twee jaar geleden, die toen nog State of the art waren.  Een enkele kabel naar de beamer is voldoende en met de AppleTV kun je ook nog vrij rondlopen in de collegezaal.

Razend enthousiast zijn de docenten die de IpadPro’s gebruikt hebben en ze krijgen dan ook steevast goede student-recensies. Het belangrijkste voordeel is en blijft: je staat met je gezicht naar de studenten toe te schrijven op de tablet. Je ziet met een half oog de eerste reacties van de studenten als je iets moeilijks afleidt. Bovendien worden de beelden in hoge resolutie opgenomen, wat terugkijken voor de studenten mogelijk maakt.  Krijtstof behoort tot het verleden, net zoals gepriegel op het bord waar je altijd zelf deels voor de formules staat.

De wireless mogelijkheid lijkt in grote collegezalen een overbodige luxe, want  de docenten leggen de IpadPro neer op de (in hoogte verstelbare) lessenaar om goed te kunnen schrijven. Echter, een docent Sterrenkunde heeft een relatief kleine groep waar ze ook rondloopt met de IpadPro; in die kleine zalen zijn vaak geen instelbare lessenaar, dus daar gebruiken we een stevige muziekstandaard, gewoon gekocht bij bol.com.

De interesse voor de dubbele beamer is niet zo groot. Je moet dan ook wel even oefenen, want je moet twee computers (de tablet en een vaste PC) bedienen. Ikzelf heb deze mogelijkheid wel redelijk veel gebruikt: op het ene scherm stemresultaten van Shakespeaq en op het andere mijn slides om de (foute) antwoorden door te spreken. Heel leuk, vinden ook de studenten.

Overigens heb ik gebruik gemaakt van een Microsoft-Surface-Pro-3 tablet, die niemand anders wilde gebruiken. Mij is die bevallen omdat windows het gemak heeft van een toegankelijk file systeem, maar het schrijven voelt minder natuurlijk dan op de IpadPro. We hebben overigens nog geen ervaring met de kleinere IpadPro die recent op de markt is gekomen.

Voor de leesbaarheid laat ik in deze blog vele details weg en ook over software (apps) valt nog veel te zeggen. Neem even contact met me op als je hier meer van wilt weten.  Ook noem ik niet alle waardevolle hulp die ik allemaal krijg van ICTO-collega’s en ICT-ondersteuning.

Het gebruiksgemak heeft veel docenten aangetrokken van meerdere disciplines Natuur- en Sterrenkunde, Wiskunde, Informatica, Scheikunde en Biologie. Ook is er interesse uit de Econometrie opleiding, waar men ook schoon genoeg heeft van krijtstof.  Ondertussen is er meer interesse dan we kunnen bedienen met het roulerende systeem van vijf IpadPro’s en dat vind ik heel jammer. Ik heb het idee dat we nu veel impuls hebben, maar te weinig hardware. Daar staat tegenover dat enkele docenten zo enthousiast zijn geworden dat ze zelf  (privé of ander budget) een IpadPro hebben aangeschaft. Verder maken sommige docenten spontaan eigen clipjes met de tablets om extra uitleg te geven. Kortom, het project is echt de breedte aan het ingaan, maar is het voldoende voor een totale ommezwaai?

Overigens hoorde ik laatst wat de vaste PCs in de zalen per jaar kosten. Van de running costs, kun je ieder jaar twee nieuwe tablets per zaal aanschaffen. Tel eens uit wat een mogelijkheden dat geeft. Als ik even dagdroom: weg met de PCs! En dan zie ik bij de portier tientallen IpadPro’s en wat SurfacePro’s klaarstaan die iedere docent kan lenen voor pakweg drie maanden. Na een paar jaar kun je ze weggeven en dan hou je nog budget over in vergelijking met de huidige situatie. Uiteraard vergeet ik vele details, maar soms moet je dat gewoon doen. Doen!

De Digitale Testkast

bijdrage van Brenda Jansen

Laat studenten oefenen met hetgeen ze later in de praktijk gaan doen! De diagnostiekdocenten bij Klinische Ontwikkelingspsychologie onderschrijven deze overtuiging van constructive alignment van harte.

digitale testkastWat doen klinische ontwikkelingspsychologen dan “later in de praktijk”? Ze kijken o.a. goed naar kinderen en jongeren met leer- en/of gedragsproblemen. Als ze niet direct zien waar de oplossing ligt, wordt er vaak een psychodiagnostisch onderzoek gedaan. Het kind of de jongere maakt testjes, beantwoordt vragen en ook ouders en leerkrachten vullen allerlei vragenlijsten in. Eén van de belangrijkste beslissingen in dit proces is de selectie van die testjes en vragenlijsten. Op een instelling staat vaak een testkast vol tests en vragenlijsten, maar welke test pak je er nu uit? Waar de ene test misschien betrouwbaarder is, sluit de andere bijvoorbeeld beter aan bij wat je wil meten.

Studenten oefenen met deze beslissing door een casus te bestuderen en in een voorstel hun selectie te verantwoorden. Door de Grassroots-subsidie kon ik oud-studente Josanne van den Hoek inhuren. Zij maakte in WordPress een digitale testkast: een website waarop studenten beschrijvingen van tests vinden voor een grote variëteit aan domeinen, met links naar de uitgever van het materiaal. Dit is echter niet het vernieuwende van het project.

Nadat studenten hun voorstel hebben ingeleverd, beoordeelt de docent de selectie. Sommige instrumenten zijn goed gekozen, andere niet. Van de goed gekozen instrumenten vindt de student de testresultaten in de testkast. En hier zit de verbetering van de digitale testkast: voor elke (goede) keuze van de student, zijn testresultaten beschikbaar. Voorheen kreeg de student alleen de testresultaten van een vooraf bepaalde selectie door de docent. Studenten vonden dat frustrerend: ze hadden bewust een keuze gemaakt, maar hun denkproces werd vaak niet beloond omdat de docenten een andere selectie hadden gemaakt.

Met de Grassroots was er geld beschikbaar om een grotere set van testresultaten te maken. Op dit moment wordt dit gedeelte afgerond. Door opnieuw alle testinstrumenten te bekijken, hebben ook de docenten weer een frisse blik op wat er allemaal beschikbaar is: nieuwe instrumenten verschijnen, vertrouwde instrumenten verouderen.

De website “staat” nu, maar het heeft een tijd geduurd voor we konden starten. Het was belangrijk dat de website betaalbaar was, makkelijk bij te houden en beveiligd kon worden zodat alleen studenten van de cursus erbij konden. Het kostte tijd om erachter te komen hoe we dit het beste konden realiseren. Uiteindelijk ben ik uitgekomen bij de afdeling Technische Onderzoeksondersteuning FMG. Het was een omweg, waarbij ik uiteindelijk gewoon in mijn eigen gebouw bij de juiste persoon terecht kwam. Marco Teunisse begreep goed wat ik wilde en regelde de technische voorwaarden snel.

Op dit moment vullen we de digitale testkast met de testresultaten. De kast kan gemakkelijk uitgebreid worden met nieuwe instrumenten. De digitale testkast zal in het eerste semester van jaar 2016-2017 in gebruik worden genomen. Ik ben erg benieuwd naar de ervaringen van de studenten en docenten. Ik hoop dat de digitale testkast inderdaad bijdraagt aan het doel om studenten een meer waarheidsgetrouwe oefening te bieden in testselectie en testverwerking.

Massive Adaptive Interactive Text (MAIT)

bijdrage van: Arnoud Visser (FNWI)

 De belangrijkste tip die we als Grassroot deelnemers krijgen is ‘hou het project klein’. Ik voelde me inderdaad klein toen ik het opiniestuk ‘Life After MOOCs – Online science education needs a new revolution’ las.

mait_pic1Dit opiniestuk heeft namelijk gedeeltelijk dezelfde filosofie als ons project ‘Random Question Generation’. Het online beschikbaar maken van het hoorcollege in een Massive Open Online Course (MOOC) is waardevol, maar voor geavanceerde vakken is de theorie in het boek en de bijbehorende oefeningen minstens zo belangrijk. Bij de exacte vakken is de kennis vaak een labyrint, waarbij kennis voortdurend voortgebouwd wordt op eerdere kennis en één misbegrip aan het begin van de cursus de student volledig de verkeerde kant op kan sturen. Door de theorie en oefeningen online beschikbaar te maken op individuele basis, waarbij de inhoud zich aanpast aan de student, kan men er voor zorg dragen dat een verkeerd begrip gerepareerd kan worden voordat het schade heeft gedaan. De gesuggereerde oplossing heet een Massive Adaptive Interactive Text (MAIT); een online leerboek dat bestaat uit meerdere modulen, waarbij de studenten interactief door de module heen gaan. De modules passen zich hierbij aan aan de student, versnellend of verdiepend aan de hand van de voortgang. De voortgang wordt onder andere gemeten met behulp van gegenereerde, individuele opdrachten, zodat geen student dezelfde opgave krijgt (en dus zelf de oplossing moet vinden, in plaats van de juiste vraag te stellen op internet). Dit laatste is wat wij ook willen doen in ons Grassroot project ‘Random Question Generation’, voor het leerboek Computer Systems – A Programmer Perspective’.

Waarom voelen we ons dan klein? Omdat de auteurs van het opiniestuk, Phillip Compeau en Pavel A. Pevzner, aangeven dat de benodigde inspanning voor een MAIT een factor 50 hoger ligt dan de inspanning nodig voor een MOOC. Om een heel leerboek om te zetten in een MAIT is volgens de auteurs minimaal $1 milloen nodig. Nu hebben we ons Grassroot project klein gehouden en doen we slechts een proefproject om de automatisch gegenereerde, individuele vragen bij één hoofdstuk te maken, toch zet dat onze inspanning in perspectief. Het mooie is natuurlijk wel dat de ervaringen met de MAIT positief zijn; dit soort initiatieven geeft het individuele onderwijs dat een student verwacht van de academische wereld.

Coursera & Qualtrics, een LTI integratie uit de frontlinie

bijdrage van Alexander Savi

De UvA biedt in samenwerking met Coursera een aantal Massive Open Online Courses aan: cursussen die massaal gratis en online gevolgd kunnen worden. Zulk onderwijs heeft een aantal belangrijke beloften. Ten eerste kan er, door de grote aantallen studenten die er gebruik van maken, goed worden onderzocht wat factoren zijn die de leerervaring optimaliseren. Bovendien biedt een digitale leeromgeving de mogelijkheid tot vergaande personalisatie van die leerervaring. Het inlossen van deze beloften blijkt echter verre van triviaal, en met het huidige Grassrootsproject proberen Annemarie Zand Scholten en ik daar dan ook een belangrijke eerste stap in te zetten.

 De eerste fase van die stap is inmiddels voltooid. Deze fase bestond uit het leggen van een formele verbinding tussen de MOOC-leverancier Coursera en de vragenlijst-software van Qualtrics. Deze verbinding is gelegd met behulp van het LTI protocol (Learning Tools Interoperability), waardoor er informatie vanuit Coursera naar Qualtrics gestuurd kan worden. De mogelijkheid om informatie vanuit Qualtrics weer terug te sturen naar Coursera wordt op een later moment misschien nog toegevoegd. De tool die de verbinding mogelijk maakt, inclusief een gebruikersaanwijzing, is vrij beschikbaar op https://github.com/renspoesse/qualtrics_lti_bridge.

 De koppeling tussen Coursera en Qualtrics is een eerste stap richting beide beloften. De Qualtrics omgeving biedt rijke mogelijkheden om extra leermateriaal aan te bieden, zoals tekst, video, en vragen, maar bovenal de mogelijkheid om studenten willekeurig toe te wijzen aan verschillend leermateriaal. De experimentele situatie die hierdoor ontstaat maakt het mogelijk om vast te stellen welk materiaal tot de meeste leerwinst leidt. Doordat er informatie vanuit Coursera kan worden meegestuurd wordt het in principe ook mogelijk om studenten op basis van persoonlijke kenmerken gepersonaliseerd materiaal in Qualtrics aan te bieden. Helaas bieden Coursera en het LTI protocol op dit moment enkel de mogelijkheid om het user-id te versturen, waardoor dit nog niet mogelijk is. Mocht dat in de toekomst veranderen, dan kan de tool eenvoudig worden aangepast zodat personalisatie van het leermateriaal alsnog mogelijk wordt.

In de tweede fase van het project zal de gebruiksaanwijzing verder worden uitgebreid en verspreid, zodat wereldwijd docenten gebruik kunnen maken van de tool. Verder zullen we het terugsturen van informatie van Qualtrics naar Coursera in overweging nemen, en de tool zelf toepassen in een van de MOOCs van Annemarie Zand Scholten. Tot slot bedanken we graag Simon Wiles aan Stanford University, die het fundament van de tool bouwde en vrij beschikbaar stelde, en Rens Poesse aan de Universiteit van Amsterdam die de tool geschikt maakte voor de koppeling met Coursera.

Gestructureerd leren werken met IPython NoteBooks

Bijdrage van: Maarten Marx

Probleem

In mijn onderwijs merk ik dat studenten het erg moeilijk vinden om gestructureerd te werken, en om hun gemaakte werk op een goede en makkelijk terug te vinden manier op te slaan. In onze opleiding Informatiekunde zien we dit terug in het feit dat het moeilijk is voor vakken om op elkaar voort te bouwen. Eerder behandelde stof zakt erg snel weg. Het lukt studenten vervolgens niet goed om die zelf weer naar boven te halen.

Oplossing

Het doel van dit project is om studenten op een aansprekende manier te dwingen al hun werk gestructureerd op te slaan. We verwachten dat het daardoor niet alleen beter blijft hangen, maar dat het ook makkelijker is terug te vinden hoe iets ook al weer zat. Daarnaast verwachten we dat studenten hun aantekeningen in de vorm van notebooks eerder zullen delen.

We doen dit door state-of-the-art software te gebruiken die snel te leren is op alle systemen op vrijwel dezelfde manier werkt het heel makkelijk maakt informatie met andere te delen inhoud laat gaan boven vorm, terwijl het er toch heel goed uitziet draait in de browser op basis van HTML5 geen onzin bevat al een grote schare volgers heeft.

Deze software heet IPython notebook.

Implementatie

  • Bij UvA Bachelor Informatiekunde is het sinds 2014-2015 verplicht dat studenten hun eigen laptop bezitten. Practica vinden niet meer plaats in computerzalen, maar in zalen met veel stopcontacten.
  • Er zijn vrijwel geen eisen aan de laptops gesteld. We zien dan ook alle soorten en maten voorbij komen.
  • Binnen het grassroots project hebben we gezorgd dat al in de introductie week alle studenten exact dezelfde IPython notebook omgeving hadden. Dus ongeacht hun soort laptop, of besturingsysteem.
  • In de rest van het meer technisch georienteerde onderwijs in de Informatiekunde Bachelor wordt steeds met deze software gewerkt. Studenten raken er dus goed vertrouwd mee.
  • Het doel is dat ze zelfs al hun presentaties, al hun verslagen, en uiteindelijk hun scriptie binnen deze software maken.

Link naar ontwikkeld materiaal