Samenwerken aan een curriculum

Blog bijdrage van Tom Broens over het grassrootproject Samenwerken aan een curriculum.

Een curriculum is een ‘levend’ ding. Geregeld ontwerpen en veranderen managers, coördinatoren en docenten de onderdelen van een curriculum. Overzicht, structuur en consistentie zijn op een handmatige manier moeilijk te bereiken. De ontwikkelde curriculum tool maakt het mogelijk om binnen een curriculum raamwerk, ontworpen door onderwijsmanagers van een opleiding, de docenten en coördinatoren de ruimte te geven om hun onderwijs vorm te geven. Concreet beschrijft het management van de opleiding een opleidingsraamwerk met o.a. eindtermen, vakken, leerdoelen per vak, mapping met leerlijnen, niveaus en externe raamwerken. De docenten/coördinator vult dit raamwerk aan met specifieke leerdoelen die relevantie hebben in daadwerkelijk onderwijsonderdelen. Dit alles in een online omgeving die makkelijk in gebruik is. We zijn deze tool nu aan het vervolmaken zodat deze ingezet kan worden bij de vernieuwing van het bachelor curriculum Medische Informatiekunde waar de gewenste samenwerking tot zijn recht kan komen. Een eerdere versie heeft reeds de relevantie van een curriculum tool aangetoond bij het accreditatieproces van onze opleidingen.

Bachelor Medische Informatiekunde

Blog Peerreview digitaal

Blog van Robert van Wijk over de Grassroot Peerreview digitaal, 15 februari 2018

“Misschien moeten we het volgend jaar toch maar weer op papier doen” was de suggestie van een collega nadat we alle inleverlinks voor onze digitale peerreview-opdracht hadden gemaakt. Vijf links met instructies voor in totaal zes groepen studenten die volgende week gebruik gaan maken van Turnitin, Feedbackfruits en de ingebouwde mogelijkheden van Canvas om elkaar feedback op geschreven rapporten te geven.

Ik moet toegeven dat het inderdaad een flinke investering in tijd en moeite was. We hebben als experiment alle meer of minder relevante opties aan en soms weer uit gezet en daarbij loop je tegen onverwachte zaken aan. Zo wist bijvoorbeeld één van de systemen de moeizaam ingevoerde beoordelingscriteria wanneer een individuele opdracht omgezet wordt naar een groepsopdracht. Dat moet je maar net weten.

Al doende leert men gelukkig en ondertussen hebben we een aardig beeld van de unieke mogelijkheden van ieder systeem. Zo is een zelfbeoordeling alleen mogelijk in Turnitin, respecteert Feedbackfruits als enige bestaande groepsindelingen bij het automatisch toedelen (vandaar vijf en geen zes inleverlinks) en kostte Canvas veruit het minste tijd om op te zetten. En ieder systeem heeft een goed verborgen plek om een rubric in te voeren, al weigert Turnitin consequent om deze bij peerreview te gebruiken.

Ondertussen werken we met onze studenten alvast binnen Canvas, dat we in het eerste jaar van de bacheloropleiding informatica uitgebreid aan het piloten zijn. Ook de links naar Feedbackfruits en Turnitin zijn dus binnen Canvas gemaakt. Dit leverde in eerste instantie wat foutmeldingen op, waarbij we gemerkt hebben dat je als docent niet makkelijk kunt testen hoe een gekoppeld systeem voor de studenten eruit ziet of werkt.

Ook de recente controverse rond Turnitin volgen we op de voet. Mochten studenten principiële bezwaren hebben tegen een systeem of mocht er fouten optreden die een extern systeem onwerkbaar maken, dan vallen we terug op enkel de mogelijkheden binnen Canvas.

Als nu alles naar verwachting loopt, leveren de studenten uiterlijk aankomende zondagavond hun technisch rapporten in binnen Canvas en krijgt (bijna) automatisch iedere student twee andere rapporten van groepsgenoten om door te nemen. Wij kijken kritisch met ze mee en toetsen of het systeem ons helpt om het zicht op de peerreview te houden.

Later deze week zien we de studenten om onder begeleiding van hun tutor samen de feedback door te nemen en een plan te maken om het eigen rapport te reviseren. Daarbij gaan we hun ervaringen verzamelen over de gebruikte systemen om te bepalen hoe makkelijk het was om feedback te geven en te ontvangen, en welke aanpassingen we gaan maken voor een tweede ronde peerreview bij een tweede rapport. We hebben goede hoop dat we op dat punt niet meer naar papier terugverlangen!

Alle opdrachten

Online Academisch leren lezen

Blog van Guusje Smit over de Grassroot Online Academisch leren lezen

De pre-master van Information studies bestaat uit 5 online cursussen in Blackboard, waaronder de cursus Academic Skills. Aankomende studenten moeten deze cursussen volgen om toe gelaten te worden tot de Master Information Studies. Deze cursussen kunnen de pre-master studenten zelfstandig doorlopen en worden ondersteund door een moderator.

In Academic skills zit een onderdeel academisch lezen en schrijven. Een aantal jaar geleden is gekeken om het onderdeel lezen van primaire literatuur (wetenschappelijke artikelen)  meer aandacht te geven in de cursus. Er is toen gesproken met Edwin van Lacum, die toen net zijn proefschrift had verdedigd: “Reading primary literature : introducing undergraduate life science students to the rhetorical structure of research articles”. De moderator van Academic Skills, Loek Stolwijk, heeft de theorie overgenomen in zijn presentatie en oefeningen.

 

Een online module

In mijn Grassroots project zijn we een online module academisch lezen aan het ontwikkelen, waarin studenten het lezen van primaire literatuur leren. In de cursus van 7 weken is tijd die studenten hebben voor het leren van nieuwe vaardighedenschaars. Het ontwikkelen van een online module voor academisch lezen, waarbij de student zelfstandig aan de slag gaat en gemotiveerd wordt tijdens het maken van de verschillende opdrachten, is in Blended learning essentieel.

 

De module wordt ontwikkeld  in Articulate Storyline 2 en zal worden opgenomen in de digitale leeromgeving. Het ontwerp van de module is gebaseerd op het onderzoek naar het gebruik van argumentatiemodellen voor het lezen van primaire literatuur van Edwin van Lacum zijn.

 

Articulate Storyline

De Grassroots subsidie is gebruikt voor een training Articulate storyline 2, basisvaardigheden en expert training.  Het is een makkelijk programma om te leren, vergelijkbaar met Powerpoint, maar dan met meer functionaliteiten.

blog plaatje 1-overzicht

Structuur module in Articulate storyline 2

 

In Articulate Storyline 2 is de structuur van de online module heel overzichtelijk en het is meteen duidelijk hoe de module er uit ziet. De content kan makkelijk aangepast worden en (multiple choice) vragen kunnen eenvoudig gecreëerd worden. Een interactieve startpagina zijn elementen die de module iets ‘extra’s’ geven en daarom ook leuker maken.

 

Een nadeel van het programma is dat je een licentie moet hebben om de module aan te passen. Daardoor wordt het minder flexibel voor een docent.

De volgende stap is om het verhaal van de docenten erbij te voegen, door middel van een audio opname.

Blog Derivatives: strategies in action

Blog bijdrage van Dr Philippe Versijp over het grassrootproject Derivatives: strategies in action

Keuzes, keuzes, keuzes

De productie van webcasts, en inbedding daarvan in het onderwijs, is geen ‘rocket science’. Het is de kern van de grassroot “Derivatives: strategies in action”, maar ook voor deze grassroot deed ik dit al, de nodige jaren zelfs. Die ervaring neemt niet weg dat het iedere keer een kwestie blijft van keuzes maken: wat is de beste oplossing voor dit vak? Voor deze studenten? Met deze set van restricties? In dit blog hoop ik een deel van dat proces wat explicieter te maken, ten bate van collega’s die tegen vergelijkbare vraagstukken aan (gaan) lopen.

Keuze 1: niveau

Een van de aanleidingen voor het project was een verschil in voorkennis bij studenten. De basis van de materie die in mijn deel van het vak behandeld wordt, is eigenlijk al eens eerder aan de studenten voorgeschoteld, in de marge van een ander vak. Op die basis bouwen we dan verder. Maar zoals wel vaker gebeurd: die voorkennis blijft niet altijd hangen, en als het geen hoofdonderdeel van een eerder vak is, kan het een ondergeschoven kindje worden. Niet bij iedereen, maar met bijna 500 studenten is zelfs een niet zo groot percentage al een groep waarvoor het loont moeite te doen.
Ook speelt interesse een rol; derivaten is typisch een onderwerp wat fascineert, of al gauw een ver-van-mijn-bed-show is.  Normaliter zit een docent in zo’n geval met de handen in het haar: te snel te diep de materie induiken leidt tot vele afhakers onder de studenten die toch al weinig affiniteit met het onderwerp hadden; te langzaam en er ontstaat terecht gemor dat er weinig toegevoegde waarde is. Bovendien hebben we einddoelen, en ook die moeten gehaald worden.

De originele insteek was om de webcasts vooral te richten op de basis, ter ondersteuning van wat zwakkere / minder voorbereide student. Door in een filmpje een vrij basaal concept als put-call-parity uit te werken, kan op college dat sneller afgedaan worden.
Tijdens de productie merkte ik echter dat het nog niet zo makkelijk is om de zaken eenvoudig te houden. Ook een simpele combinatie van twee opties kan juist om complexe redenen gemaakt worden. Bij nader inzien was dit ook helemaal geen ramp; immers, ook de sterkere studenten doen er goed aan de webcasts te bekijken, en dat zullen ze alleen doen als er voor hen ook wat te halen valt. Combineren is dus zo gek nog niet! Zo lang het maar geen middelmaat wordt, want dan gaan we aan de oorspronkelijke doelstelling voorbij. De uiteindelijke keuze is dan ook geworden dat er 6 webcasts zijn gemaakt die vrij basaal zijn ingezet (niet per se makkelijk, maar ‘basaal’ als in ‘gericht op de basis’) en dus ook zonder al te veel parate voorkennis te volgen zijn, en één voor een gevorderd onderwerp, maar dat alle 7 een paar elementen bevatten die juist een brug maken naar de andere doelgroep.

Keuze 2: techniek

Of moet ik zeggen: de keuze tussen schoonheid of utiliteit? Feit is dat een geluids- of beeldkwaliteit die een jaar of 5 geleden prima leek, nu toch wat bedenkelijk overkomt. Jan-en-alleman vlogt inmiddels waardoor het een simpel trucje lijkt, maar de beeldvorming wordt vooral bepaald door de kleine minderheid die dit zeer serieus en – zo vermoed ik althans – met forse inzet van middelen aanpakt. De keuze is dan ook hoeveel tijd en energie je als docent in de techniek wilt steken.

Om een voorbeeld te noemen: geluidskwaliteit is van groot belang, en er zijn verschillende manieren om die goed te krijgen. De meest drastische oplossing is met een studio te werken. Ideaal om omgevingsgeluid te voorkomen, wellicht met iemand direct aan de knoppen, maar een stuk minder flexibel (moet gepland worden, om te beginnen). Makkelijker is het om achteraf de ergste zaken te verhelpen: slechte stukjes weggooien, en Camtasia heeft bijvoorbeeld algoritmes die structureel omgevingslawaai uit je opname halen; ICTO had nog wat krachtigere varianten daarvan.

Of nog een: Derivaten strategiën zijn bij uitstek geschikt voor screencasts omdat de elementen als LEGO-blokjes opgebouwd kunnen worden. Dat kan natuurlijk in volledig 3D, met leuke effecten. Een collega had bij een presentatie zelfs een HTML-gebaseerd project dat er best bruikbaar uitzag. Aan de andere kant, zelfs dan kost het de nodige uren dat op te zetten, je de software eigen te maken en de juiste elementen te programmeren, etc. etc. Hoewel visueel niet heel spannend, kan je met het simpele Powerpoint ook een heel eind komen als je lijnen en vlakken wilt stapelen.

Uiteindelijk worden dit soort keuzes vaak voor je gemaakt (zie ook keuze 3). Een webcast die de boodschap overbrengt en waarbij de productiekwaliteit niet afleidt van die boodschap is effectiever dan geen webcast. De keuze is dus meer wat binnen de tijd en de technische mogelijkheden haalbaar is. Dus in dit geval toch Powerpoint, geen studio, maar wel beide sets algoritmes. Het doel is niet de koning van Youtube te worden, maar een bestaand vak te verbeteren. Wel nu, dat is gebeurd. Een degelijke webcast die naar de studenten gaat is beter dan een uitmuntende die nooit af is.

Keuze 3: tijdspad

Deze grassroot was bedoeld als een snel project. Het vak waarvoor de webcasts bedoeld zijn, werd immers al in april/mei gegeven. Dat was een duidelijke deadline, en hoewel een grassroot-grant wat tijd vrijspeelt, bleef die tijdsdruk. De meeste webcasts zijn op tijd af en op Blackboard gezet, maar de bekroning, een (of twee) webcasts die ook een opgave met een complexe strategie uitwerkt, is er bij in geschoten. Die zal na de zomer alsnog worden gemaakt; in november is er een vak voor een ander programma, maar met sterk overlappende inhoud.

Het grote voordeel van webcasts is dat ze ook individueel nuttig en bruikbaar moeten zijn. De studenten kregen niet alles waarop ik gehoopt had, maar wel veel materiaal met meerwaarde. Dat kan prima bij een volgende gelegenheid aangevuld worden. Een keuze voor uitstel, maar geen afstel dus.

Wordt vervolgd.

Learning & Student Analytics Conference (LSAC): Implementation, Institutional Barriers and New Developments October 26-27

Scope of the conference

Learning and Student Analytics is slowly and steadily making its way from research to practice. In the past decade, actionable research has been carried out stimulating policy makers and educators to take an ever increasing interest in applying these findings to educational practice. However, despite the available evidence, technology, and many examples of good practices, organisational uptake is slow.

The conference is structured around the following three content blocks:

  1. State of the art learning and student analytics research.
  2. Policy debate: How to foster leadership and learning analytics uptake at the organisational level
  3. Applied Sessions:
    1. Privacy Issues
    2. The value and design of early warning systems
    3. Learning Analytics Dashboards

More information & registration: http://www.lsac2017.org/

 

FNWI-videostudio

Blog bijdrage van Martijn Stegeman en Julian Jansen

FNWI Studio

Van februari 2016 t/m januari 2017 is bij de FNWI gewerkt aan het inrichten van een kleinschalige videostudio waar docenten en studenten opnames kunnen maken in het kader van het onderwijs. Het aspect van laagdrempeligheid was een belangrijk doel. De studio  is opgebouwd in een bestaande collegezaal, die in ca. 15 minuten om te bouwen is van opstelling “werkcollege” naar opstelling “studio” en andersom. Daarnaast is het lokaal in collegejaar 2016–2017 op maandagen en dinsdagen gereserveerd voor studiogebruik. In de loop van het grassrootsprogramma hebben diverse docenten en studenten geëxperimenteerd met onderwijsvideo’s en heeft het studioteam een aantal producties op locatie gemaakt en ondersteund. Voor de toekomst is het advies om de studio een (bescheiden) eigen ruimte te geven, zodat deze op elk moment beschikbaar is voor docenten en studenten. Daarnaast lijkt het wel noodzakelijk om de doelgroep met name technische ondersteuning te bieden, omdat veel docenten die video’s willen maken nog niet erg ervaren zijn met de apparatuur. Aan de andere kant is het juist ook moeilijk om docenten van hun perfectionisme af te helpen: een keer een video opnemen is belangrijker dan het meteen goed doen, anders komt het er niet van!

Op weg naar de nieuwe leeromgeving

Danielle Sent is een van de UvA docenten die enthousiast aan experimenteren is met Canvas, de nieuwe leeromgeving van de UvA. Canvas wordt in de komende maanden uitgebreid getest en onderzocht. Deze exercitie heeft tot doel om Canvas klaar te stomen met juiste kenmerken en inrichting om in de loop van 2018 door de UvA in gebruik te worden genomen.

In de post ‘Canvas is gebruiksvriendelijk en kan het onderwijs verder brengen’ beschrijft Danielle haar indruk over Canvas en in een tweede post “een kijkje in de canvas keuken” neemt zij ons mee in het herontwerp van haar onderwijs met Canvas.

 

Blog Fruitfull Learning

Bijdrage van Corneel den Hartogh over zijn Grassroot project Fruitful Learning

De aanloop

Doel van het vak ‘Innovation & Design Thinking’ is om studenten de mindset en vaardigheden te leren die nodig zijn om innovatief te kunnen werken in een dynamische context. Het vak zit aan het eind van de masteropleiding Information Studies, en richt zich daarom op het zogenaamde higher order learning (op basis van de welbekende taxonomie van Bloom: evaluatie en synthese).

Om dit te faciliteren hebben we (docent André en ik, student-assistent Corneel) vorig jaar met ondersteuning van eigen faculteit FeedbackFruits ingezet. Dit is een digitale leeromgeving waarin studenten laagdrempelig kunnen reageren op bestanden. Vervolgens verschijnt hun reactie in dezelfde view als het oorspronkelijke bestand (zie Figuur 1). Hierdoor wordt de lesstof op een interactieve manier verwerkt wat het leerproces van een individuele student en het leren in een groep aanzienlijk kan verbeteren. In aanvulling hierop zullen studenten wekelijks een learning journal schrijven en feedback geven op elkaars journal. Dit gaat via hetzelfde mechanisme. Het resultaat was een bruisende leeromgeving tot grote tevredenheid van staf, studenten en FeedbackFruits zelf.

Hartogh 1

Figuur 1: Een specifiek zin van een document wordt geselecteerd in FeedbackFruits en de opmerking daarover verschijnt direct naast de geselecteerde zin.

Toen we hoorden dat FeedbackFruits een nieuw, modulair platform ontwikkelde, wilden we dit dus graag uitproberen. Naast de directe voordelen voor het onderwijs, is het testen met modulaire tools ook in breder perspectief belangrijk. De UvA gaat volgend jaar namelijk over naar een nieuwe leeromgeving (Canvas). Hierbij is het uitdrukkelijk het doel dat andere tools daar gemakkelijk in kunnen worden ‘opgehangen’. Vol goede moed dienden we een grassroots-aanvraag in en deze is inmiddels goedgekeurd, dus het feest kan beginnen!

 

Eerste strubbelingen

Experimenten verlopen echter vaak niet zoals verwacht. Tijdens het testen zijn we erachter gekomen dat FeedbackFruits 2.0 (FF 2.0) helaas nog niet volledig bug-vrij is. Dit zou ook bij de start van het vak waarschijnlijk niet zijn opgelost. Na constructief overleg met FeedbackFruits besluiten we daarom de ‘oude’ omgeving te gebruiken. In aanvulling hierop willen we specifieke functionaliteiten uit FF 2.0 daarin ontsluiten. Dan zouden we nog een steeds iets nieuws introduceren en direct ontdekken wat van belang is bij het integreren van een digitale tool in een ander platform.

Voor het ontsluiten van FF 2.0 hebben we technisch gezien twee mogelijkheden:

  • SURFconext-koppeling tussen de UvA en FeedbackFruits
  • Een LTI-link (internationale standaard voor Learning Tools interoperability)

Hartogh 2

Figuur 2: Via SURFconext worden op universiteiten op uniforme en veilige wijze gekoppeld aan diensten (zoals leeromgevingen)

Voor een SURFconext-koppeling is het noodzakelijk dat de SURFconext-verantwoordelijke van de UvA een aanvraag hiervoor doet bij SURF. Via wat achterdeurtjes van de UvA-burelen kom ik aan het bureau van de beste man die deze aanvragen doet. Helaas liet hij weten dat hij een dergelijke aanvraag pas doet als de UvA een officiële overeenkomst met FeedbackFruits heeft. Dit was echter nog niet het geval – het is tenslotte een experiment. In de wandelgangen vang ik wel op dat er hierover gesprekken gaande zijn tussen de UvA en FeedbackFruits. Zou dit nog op tijd zijn?

Via een belrondje langs FeedbackFruits- en UvA-contactpersonen probeer ik meer informatie te verkrijgen. Het blijkt er aan beide kanten vertrouwen is in een goede afloop, maar tegelijkertijd is het nog onduidelijk wanneer er handtekeningen worden gezet. In overleg met docent André besluit ik even af te wachten of een dergelijke overeenkomst en bijbehorende SURFconext-koppeling op tijd rond komt.

 

Wordt Vervolgd!

Blog Digital Field Data Assistent

Blog bijdrage van Erik Cammeraat over het grassrootproject Digital Field Data Assistent.

De ESRI Collector App is ideaal voor het verzamelen van veldwerk gegevens. De huidige manier van veldwerk gegevens verzamelen is door het invullen van veldwerk formulieren die dan in een kaart met een punt worden ingetekend. Deze manier van verzamelen van informatie is niet altijd even nauwkeurig en erg gevoelig voor het kwijtraken van data.

Binnen de Collector app zijn deze formulieren nu gedigitaliseerd en beschikbaar op elke smartphone die op IOS, Android of Windows draait en kunnen in het veld zonder dataverbinding worden ingevuld. Door middel van voorgeprogrammeerde invulmogelijkheden zal de informatie die verzameld wordt veel meer consistent zijn.

Hieronder een voorbeeld hoe het invullen van een formulier in zijn werk gaat:

Cammeraat 1Cammeraat 2

Screenshots van app met invulformulieren

Elk veld dat kan worden ingevuld heeft een bepaald domein met regels over wat er in kan worden gevuld. Dit kan betekenen dat er een reeks getallen kan worden ingevuld of dat er een lijst met waarden wordt gegeven.

Tevens is er de mogelijkheid bestanden en fotos toe te voegen aan het observatiepunt. Ook dit is een zeer handige toevoeging aangezien de fotos die in het veld werden gemaakt naderhand zeer slecht te koppelen waren aan de desbetreffende locaties.

Wanneer alle informatie is ingevuld wordt het veldformulier naar de server van ESRI gestuurd en kan alle verzamelde data na inloggen worden gedownload in verschillende formaten. Deze informatie kan dan verder worden geanalyseerd binnen met GIS-software.

Momenteel zijn de formulieren gedigitaliseerd en worden de handleidingen geschreven.

De werking van de app is rondom Science Park getest met een kleine testmodule en ditwordt momenteel  geïmplementeerd binnen de cursus Digital Earth II zodat de studenten alvast leren werken met de app voordat het in Spanje zal worden gebruikt binnen de cursus Soil and Landscape Degradation.

Cammeraat 3

Eerste veldtest met de collector app op Sciencepark in Februari

Cammeraat 4

Screenshot van de app met het gekarteerde volleybalveld tijdens de veldtest (paarse vierkant)