UvA Onderwijs & Onderzoek in 2020

Een online magazine is geheel gewijd aan de toekomst met ICT bij de HvA en UvA. Het is bedoeld om een beeld te geven hoe het onderwijs en onderzoek in 2020 eruit zouden kunnen zien en welke trends en ontwikkelingen hierbij belangrijk zijn. Dit doen we aan de hand van interviews, video’s en artikelen. We hopen je hiermee te inspireren om samen met ons vorm te geven aan de ICT van de toekomst bij de HvA en UvA.

Aan enkele studenten, docenten, medewerkers en onderzoekers hebben wij de vraag voorgelegd wat zij graag gerealiseerd zien op ICT-gebied in 2020. Wat vinden zij belangrijk en waar hopen ze op? Bekijk hun reacties in de video’s in dit online magazine

http://ictmagazine.uva.nl/toekomst-ict#

Studeren in de toekomst

Educause heeft een leuke animatie gepubliceerd over studeren in de toekomst. In dit filmpje zijn curriculum vernieuwing, leren op maat en nieuw technologieën ontwikkelingen in het onderwijs die samen optrekken. Deze visie op de toekomst staat ook stil bij de uitdagingen van privacy en security. Wat het beeld in mijn ogen sterk maakt is dat de menselijke maat en het menselijke oordeelsvermogen een integraal onderdeel dienen te zijn van de nieuwe ontwikkelingen.

Afsluitende blog-bijdrage ‘Virtual Reality Lectures’ door Sharon Klinkenberg

Dit project beoogde de kwaliteit van college registratie te verhogen en studenten een VR omgeving te bieden om de colleges terug te kijken. Het voornaamste doel was om de laser pointer in beeld te krijgen en bewegend materiaal op de beamer zichtbaar te maken. Over alle vorderingen is een blog bijgehouden op SURFspace.nl waar alle details van dit project terug te vinden zijn.

Geconcludeerd moet worden dat de opnames in 4K het nog steeds niet mogelijk maken om te lezen wat er op de beamer staat en dat de laser pointer niet te zien is. Wel voelt het met een google cardboard op je neus alsof je daadwerkelijk in de college banken zit. Maar ook hier is de beeldkwaliteit sterk afhankelijk van de resolutie van de gebruikte smartphone. Het is nog even wachten op de ervaringen van studenten met de VR opname maar ook die resultaten zullen op SURFspace.nl beschikbaar gemaakt worden.

Blog MOOIS (Mobiele Open Online Interactieve Studiehandleidingen)

Update van Denise van Diermen en Pepijn Koopman, ACTA

Inleiding

In november 2016 is er een blauwdruk voor een nieuw curriculum tandheelkunde verschenen. Het plan is dat dit nieuwe curriculum per september 2017 ingevoerd gaat worden. Het huidige curriculum is nog vrij traditioneel ingericht que vorm en methode. Om de nieuwe blok- en lijn coördinatoren te helpen met het vormgeven van het nieuwe curriculum en de huidige opvattingen over onderwijsvormen, waarin meer blended learning en minder contactonderwijs centrale thema’s zijn, hebben we het plan opgevat de studiehandleidingen daar als onderlegger voor te gebruiken.

Wat is het project?

Geïnspireerd door het mobile learning initiative van het VUmc (www.mlivu.nl), waar vergelijkbare studiehandleidingen voor de gehele bacheloropleiding Geneeskunde gemaakt zijn, willen we bij de start van het nieuwe curriculum Tandheelkunde, voor alle blokken en lijnen tandheelkunde van het eerste bachelorjaar een digitale studiehandleiding opleveren. Een studiehandleiding is in dit project een combinatie van een studiewijzer met praktische informatie over het studieblok gecombineerd met inhoudelijke informatie zoals die vaak in studieklappers of –readers wordt verzameld.

Allereerst zullen de studiehandleidingen gemaakt worden door de onderwijsinhoud van de deelnemende docenten te digitaliseren. Daarnaast zal interactieve content toegevoegd worden. Student assistenten zullen hier een actieve rol in spelen, onder aansturing van de blok-of lijncoördinator. De studiehandleidingen worden gemaakt in het programma iBooks Author en gepubliceerd op de iTunes bibliotheek van de UvA als iBooks. Ze zijn daarmee vrij toegankelijk, gratis en overal te gebruiken. De handleidingen zijn ook converteren naar Epub- en PDF-formaat, zodat ze platform onafhankelijk zijn.

Hoe ver zijn we?

Pepijn Koopman van ICTO en Denise van Diermen, projectleider, hebben in een brainstormsessie een projectplan opgesteld, waarbij alle taken in een tijdschema zijn gezet. Daarbij kwamen er nog veel vragen boven, die we met Jochen Bretschneider, de projectleider van MLIVU hebben besproken. Ook zijn de eerste oriënterende gesprekken geweest met de beoogde student-assistenten.

Bij de 2-maandelijkse blok coördinator bijeenkomsten voor de bacheloropleiding hebben we een pitch gegeven over de MOOIS studiehandleidingen. We gaan starten met een pilot bij een eerstejaars blok. Lastig punt is dat nog niet alle beoogde blok coördinatoren van het nieuwe curriculum bekend zijn, zodat we de coördinatoren nog niet separaat kunnen benaderen. De competenties, die per blok aan bod moeten komen, worden nu geïnventariseerd en aan de blokken toebedeeld, de opbouw van de studiehandleidingen wordt momenteel door de opleidingsdirecteuren vastgesteld.

Volgende stap is een cursus organiseren voor de student-assistenten om de techniek te leren van het maken van de iBooks. Vervolgens gaan we met de coördinator en docenten van een nieuw blok van bachelor 1 om de tafel zitten om de content uit te zoeken die opgenomen kan gaan worden in de digitale studiehandleiding. Dat is gepland voor februari 2017.  Wordt vervolgd…..

 

JochenJochen Bretschneider beantwoordt al onze prangende vragen.

 

BrainstormEerste brainstorm over de taken van het project.

Afsluitend blog ‘Digitale selectiemodule ten behoeve van de Matching en de voorlichting’

Een blogbijdrage van: José Plug en Jean Wagemans

Behoefte

In de huidige Matching voor de BA-opleidingen Taal en communicatie en Nederlandse Taal en cultuur wordt slechts een beperkt onderdeel van het vakgebied onder de aandacht gebracht middels een hoorcollege, een werkcollege en een toets. Het is wenselijk om deze toetsing niet alleen betrekking te laten hebben op de stof die ter plekke is uitgelegd, maar deze zodanig uit te breiden dat de pre-theoretische kennis en motivatie voor het vakgebied breder wordt getoetst en de aankomend studenten derhalve een representatiever beeld krijgen van de inhoud en het niveau van de studie. Deze tekortkoming is niet alleen gesignaleerd door de bij de Matching betrokken docenten, maar is ook door de studenten zelf in de evaluatie van de Matching naar voren gebracht.

Het voorlichtingsmateriaal en de selectieprocedure voor de MA-opleidingen RMA Rhetoric, Argumentation, and Philosophy, DUMA Discourse and Argumentation Studies en DUMA Tekst en communicatie omvat op dit moment geen toets. Het is, mede gezien het bewaken en verbeteren van het rendement van deze (en andere) (R)MA opleidingen, wenselijk om een dergelijke toets te ontwikkelen. Een dergelijke toets is bovendien zeer bruikbaar voor studenten uit het buitenland, die meestal niet in de gelegenheid zijn de voorlichtingsrondes bij te wonen.

Doel

Dit Grassrootsproject beoogt te voorzien in een digitale selectiemodule die ingezet kan worden bij de Matching en de voorlichting- en selectieprocedures van de genoemde opleidingen. De module maakt het mogelijk de aankomend studenten uitgebreid te toetsen op hun pre-theoretische kennis en vaardigheden op het relevante vakgebied. Daarmee worden de studenten in staat gesteld om beter na te gaan of zij de juiste studiekeuze hebben gemaakt en worden de opleidingscoördinatoren in staat gesteld een nauwkeuriger beeld te krijgen van de capaciteiten en motivatie van aankomende studenten.

Methode

De digitale selectiemodule is, onder begeleiding van docenten, ontwikkeld door MA-studenten van in het kader van het vak Argumentative Practices 2: Profession and society. De studenten hebben onderzoek uitgevoerd  naar de wijze waarop ICT voor onderwijs op het terrein van argumentatie en retorica is ingezet in vorige Grassrootsprojecten. Op basis van dat onderzoek en het bestuderen van (onderzoeks)literatuur over het populariseren van academische kennis zetten zij onder begeleiding van de docenten de volgende stappen:

– verzamelen van geschikt tekstmateriaal

– aanpassen van het tekstmateriaal (en geschikt maken voor het digitaal aanbieden ervan)

– vragen en feedback ontwikkelen

– pre-testen van het materiaal: intern en extern bij doelgroep (in dit geval leerlingen van het Vellesancollege in IJmuiden)

– aanpassen materiaal op basis van testresultaten

De module is vervolgens geëvalueerd door een panel van deskundige docenten en op basis van deze evaluatie verder aangepast. Vervolgens is de module als pilot gedraaid onder aankomende studenten (testen van de gebruikersvriendelijkheid van de module en de aantrekkelijkheid van het materiaal) en verder aangepast.

Resultaat

De NL versie van de toets is gepubliceerd op de voorlichtingspagina van de Bachelor Taal en communicatie (doorverwijzing ‘Doe de quiz’ onder de afbeelding op  http://www.uva.nl/onderwijs/bachelor/bacheloropleidingen/content/taal-en-communicatie/taal-en-communicatie.html) en kan ook rechtstreeks bereikt worden via http://www.tar.humanities.uva.nl/

Het NMC Horizon 2017 HO trendrapport

Het NMC Horizon 2017 trendrapport voor het Hoger Onderwijs is verschenen.NMC publiceert ism Educause elk jaar verschillende trend rapportages, ook elk jaar één over de ontwikkelingen in het hoger onderwijs.Via deze link: http://cdn.nmc.org/media/2017-nmc-horizon-report-he-EN.pdf  is het rapport van dit jaar in te zien.

Het rapport is opgebouwd rond drie centrale thema’s:

  • Ontwikkelingen die het gebruik en adoptie van technologie in het hoger onderwijs versnellen
  • Uitdagingen die het HO oppakken voor een succesvolle implementatie ICT oplossingen in het HO
  • Technologische trends die komende jaren in het onderwijs een rol gaan spelen.

Elk van de thema’s is opgebouwd uit een drietal perspectieven die de basis thema’s verder in onderwerp en tijd uitwerken.

Op pagina 3 van het rapport worden in een infogram de essentie van de gesignaleerde trends weergegeven. Op pagina 4 en 5 wordt teruggekeken naar de trendrapport vanaf 2012. In de grafiek op deze pagina’s wordt inzichtelijk welke trends over meerdere jaren een rol hebben gespeeld in het HO en welke trends snel kwamen en weer van radar verdwenen.

Voor diegene die wat dieper in de materie willen duiken en lezen hoe het onderzoek en beoordelingen die ten grondslag liggen aan dit rapport is de bijbehorende wiki interessant: http://horizon.wiki.nmc.org/

Explanimatie-script schrijven aan de hand van drie B’s

Blog van Ilja Boor over het Grassrootsprogramma Leren zelfgestuurd leren: een Explanimatie-reeks.

De eerste maandagmorgen van 2017 is voor het Explanimatie-docententeam spetterend begonnen met een workshop script schrijven. Deze motiverende workshop werd gegeven door de Explanimatoren en het hele team is nu nog beter toegerust om inspirerende explanimaties te maken.

Een explanimatie is een uitlegvideo met animatie (YouTube: https://youtu.be/jdHtna9u0b0) die één tot anderhalve minuut duurt. Met deze krachtige audiovisuele blended-learning onderwijsvorm worden complexe informatie, processen of concepten consistent en efficiënt uitgelegd. Het Grassrootsprogramma stelt het Explanimatie-docententeam in staat om een reeks explanimaties te ontwikkelen met als overkoepelend thema leren zelfgestuurd leren. Het doel is om (Psychobiologie)studenten in hun eerste jaar al bewust te maken van de kracht van zelfgestuurd leren en ze te stimuleren om zich te ontwikkelen tot zelfsturende, gemotiveerde en actieve student. En wie wil dat nou niet?

Terug naar de workshop, het valt niet mee om een script van maximaal anderhalve minuut te maken. Het hele script draait om de kernboodschap, maar hoe bepaal je die? Volgens de Explanimatoren kunnen we dit doen door in elke explanimatie uit te gaan van de drie B’s:

De eerste B, die van Behoefte

Als je een boodschap wilt communiceren die overkomt en blijft hangen, dan moet je weten wat de behoefte van de doelgroep (in dit geval de eerstejaars (Psychobiologie)student) is. Wat zijn uitdagingen waar studenten dagelijks mee te maken hebben? Bijvoorbeeld hoe kun je efficiënter studeren? In het geval van een explanimatie is het cruciaal om de relevantie in de eerste 20 seconden scherp neer te zetten, anders heb je kans dat studenten niet verder kijken.

De tweede B: de Belofte

De belofte is direct gerelateerd aan de behoefte en beantwoordt simpelweg de vraag wat je belooft aan studenten. Welk probleem ga je oplossen? Of wat ga je uitleggen? Bij voorkeur motiveert deze studenten.

En de derde B, het Bewijs

Een boodschap is niet compleet zonder bewijs. Is het aantoonbaar geloofwaardig? De meest gebruikte vormen hiervoor zijn feiten, statistieken en cijfers. In het geval van een Explanimatie kun je bewijs ook vervangen voor een actie waarmee studenten meteen aan de slag kunnen.

De vier B’s komen uit het dienstmarketingmanagement en zijn geïntroduceerd door Wouter de Vries (universitair docent aan de Vrije Universiteit, Amsterdam). Ja, je leest het goed, er blijkt een vierde B te zijn. Die staat voor Beleving. En wordt door Wouter de Vries treffend omschreven als ‘the proof of the pudding is in the eating’. Ik kan niet wachten om te zien of dit voor onze Explanimatie-reeks zelfgestuurd leren ook van toepassing is.

Nog even geduld 🙂

 

 

ilja-boor

Blog van Andries van der Ark en Niels Smits over hun Grassroot: Realistische data, perfecte feedback

Situatie in het kort

Bij het vak ontwerpmethoden leren studenten van de Interfacultaire Lerarenopleiding hoe ze een door hen zelf ontworpen lessenserie sociaal-wetenschappelijk moeten evalueren. Oefenen met het invoeren van data en het vervolgens doen van statistische analyses hoort bij de einddoelen. Vanwege het speciale karakter van een lerarenopleiding (heterogene groep studenten, veel stage, weinig onderwijs) moet de opdracht aan een aantal randvoorwaarden voldoen:

1. De in te voeren data moeten realistisch ogen. Vanwege het drukke programma en de beslommeringen bij de Ethische Commissie kunnen de data echter niet zelf verzameld worden (dat gebeurt al bij een andere cursus). Er is daarom gekozen om studenten met de hand ingevulde vragenlijstdata te sturen die ze zelf moeten invoeren en vervolgens analyseren.

2. De data-invoer en statistische analyse moet gebeuren in met algemeen toegankelijke software. Het geleerde moet later, als de studenten werkzaam zijn op een middelbare school, toegepast worden. In deze omgeving is vaak niet de statistische software aanwezig die standaard gebruikt wordt bij FMG, zoals SPSS. Er is daarom voor gekozen dat de studenten de opdracht in Excel uitvoeren.

3. Iedere student moet een andere opdracht krijgen. Omdat de studenten slechts één dag per week op de universiteit zijn, moet het een opdracht worden waar de student thuis aan kan werken. Om plagiaat te voorkomen is het wenselijk dat iedere student een andere opdracht krijgt.

4. De student moet automatische feedback krijgen op zijn of haar opdracht. Handmatig feedback geven kost bij 200 studenten per jaar vele docenturen. Er is daarom gekozen voor geautomatiseerde feedback.

Voorgestelde aanpak

Bij de opdrachten wordt uitgegaan realistische onderzoekssituatie in een middelbare schoolklas. Er is sprake van pre-test post-test onderzoek, waarbij motivatie en leerprestatie zowel voor als na een door de docent ontworpen lessenserie worden gemeten. We gaan ervan uit dat de lessenserie een positief effect heeft op zowel de motivatie als de leerprestatie. Om zulke data te verkrijgen simuleren we data. Iedere student krijgt zo een unieke dataset en daarmee een net wat andere opdracht. We berekenen voor elke dataset de goede antwoorden op de statistische analyses. Deze antwoorden kunnen gebruikt worden om de door de student gegeven antwoorden na te kijken. De dataset wordt omgezet in een serie pdf-bestanden die eruit zien als met pen-en-papier ingevulde vragenlijsten. Hiermee oogt de dataset realistisch. Immers bij het verzamelen van test en vragenlijstgegevens zit de onderzoeker ook met een stapel ingevulde papieren. De pdf-bestanden worden naar de studenten gestuurd. Iedere student heeft dan een unieke stapel met ingevulde formulieren. De studenten voeren hun data in en krijgen automatisch feedback over de mate waarin de door hun ingevoerde data overeenkomen met de oorspronkelijke gesimuleerde data. Vervolgens doen de studenten de statistische analyses en krijgen feedback op de antwoorden.

Voor het simuleren van de data gebruiken we eigen R code. Voor het omzetten van een dataset naar een serie ‘met de hand-ingevulde vragenlijsten’ gebruiken we het R-packages gplots en png. Voor het creëren van Excel-databestanden gebruiken we het R-package xlsx. Voor het versturen van de zowel de ingevulde testformulieren als de feedback aan studenten gebruiken we het R-package RDCOMClient. Studenten leveren de resultaten van de statistische analyse en Excel dataset in via Blackboard. Voor het inlezen van de datasets van de studenten gebruiken we wederom het R-package xlsx.

Waaraan momenteel wordt gewerkt

De bovenstaande stappen zijn reeds alle geprogrammeerd. Momenteel zijn we bezig met de laatste stap waarbij de analyseresultaten moeten worden nagekeken. De output van sommige Excelanalyses kan nogal bewerkelijk zijn omdat het op heel veel verschillende manieren kan worden opgeslagen; bovendien is het voor studenten vaak lastig een heel precieze format te hanteren. We denken erover om voor sommige onderdelen de studenten tevens een antwoordformulier in Blackboard in te laten vullen met vragen over de analyse. De antwoorden worden vervolgens gedownload en in R geanalyseerd.

AR-Sandbox

AR Sandbox, bijdrage van Mathijs Booden

Ik gebruik de Grassroots om een mobiele ‘Augmented Reality sandbox’ te bouwen. Een AR sandbox is een bak zand met daarboven een Kinext-camera en een beamer. De Kinect-camera registreert een driedimensionale weergave van het zandoppervlak. Een linux-programma neemt die data en maakt er een gekleurde hoogtekaart van inclusief hoogtelijnen. Door die hoogtekaart met de beamer op het zand te projecteren krijgt het zand een passend kleurtje: hoge delen in de zandbak worden rood of zelfs wit, lage delen groen of blauw.

Met de grassroots heb ik een beamer, kinectcamera en statief aangeschaft. De opstelling die daarmee te maken is heeft het voordeel dat die zeer licht is (uitgezonderd een bak met zand, maar het idee is dat die gewoonlijk op scholen aanwezig zal zijn of anders een kleine investering is). Wat echter wel blijkt is dat de ophanging aan een T-bar-statief zijn nadelen heeft: de stang waar de beamer en camera aan hangen kan vrij makkelijk een beetje draaien of kantelen, en de hele opstelling moet vrij dicht op het zandoppervlak hangen. Bij elkaar betekent dat dat het moeilijk is om het beeld van de projector precies uit te lijnen. Leerlingen die in de huidige opstelling met de bak werken moeten dus wat instructie krijgen werk in het midden en niet aan de randen, en gebruik zonodig de afstandsbediening van de beamer om het beeld een beetje naar boven of beneden te schuiven als de uitlijning niet klopt. Om dit te ondervangen ga ik het T-bar-statief vervangen door een brugstatief dat meer ruimte en stevigheid zou moeten bieden.

De opstelling is inmiddels twee keer voor educatieve doeleinden gebruikt, op het Erasmiaans Gymnasium en op de Onderwijsdag van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG).

Erasmiaans Gymnasium

Die opstelling is gebruikt door student Wiebke Gossens voor haar Ontwerponderzoek op het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam. Ontwerponderzoek is een afrondende stageopdracht waarbij een student een serie van vier lessen ontwikkelt die een bepaald didactisch probleem aanpakken en daarvan het effect onderzoekt. Wiebke heeft de bak gebruikt om te onderzoeken of werken met een AR sandbox leerlingen in de brugklas een beter begrip geeft van het verband tussen kaart en werkelijkheid. Wiebke heeft een lessenreeks ontworpen waarin leerlingen aan de slag gaan met foto’s van landschappen die ze namaken in de zandbak, om vervolgens de ontstane hoogtekaart te vergelijken met het landschap of met echte hoogtekaarten.

AR sandbox 1.png

Figuur 1 Wiebke Gossens met de AR Sandbox. Foto: Annika Huizinga

Wiebke’s resultaten zijn gemengd. Er was geen aantoonbare verbetering van de leerresultaten, maar wel een duidelijk grotere motivate voor het onderwerp en het vak. Overigens is een statistisch effect altijd lastig aan te tonen vanwege de geringe groepsgroottes waar we noodgedwongen mee werken.

KNAG Onderwijsdag 2016

De KNAG Onderwijsdag 2016 in Den Bosch was zoals elk jaar drukbezocht door aardrijkskundedocenten en professionals uit de geografie en het onderwijs. Op deze Onderwijsdag heb ik met Gotze Kalsbeek (UvA), Annika Huizinga (Erasmiaans Gymnasium) en Dustin Dijkstra (Dr. Aletta Jacobs College) een workshop verzorgd over toepassingen van virtual reality en augmented reality in het aardrijkskundeonderwijs. De workshop werd goed bezocht door 40 deelnemers die in de loop van een uur in een carrousel alle toepassingen konden uitproberen.

AR sandbox 2.png

 

Figuur 2 Ondergetekende op de KNAG